Start

Antiquariaat

Overijssel

Haarle

Twenthe

Enschede

Home

Nieuws

Landrecht

Marke

Havezathen

Ontstaansgeschiedenis

Achtergrond

Catalogi

Bestuur

Boerderijen

Watermolens

Textielindustrie

Contact

 

Archieven

Dorp

Boeken

Landgoederen

Links

 

 

Sprengenberg

 

Foto’s en boeken

 

 

 

 

 

 

Erve Alferink

 

Links

 

 

De Eekte

 

 

De Eekte

 

De Eekte was een van oorsprong enigszins afgezonderde enclave waar een tweetal boerderijen te vinden waren. De stichting hiervan vond waarschijnlijk plaats in het midden van de 15e eeuw. Op 31 januari 1442 wordt door de kerkmeesters van Hellendoorn, te weten Henrick Meyer te Hulsen, Johan van Eghen, Roebert Meyer te Elen en Johan Willemsz., verklaart in opdracht van erfgenamen en buren verkocht te hebben ten behoeve van de timmering van de kerktoren te Hellendoorn aan Ludeken Suzeler (in de akte: Luken Suseler) een perceel land van de marke Haarle, geheten de Eykede. Of de opbrengst hiervan bestemd was voor de (nieuw)bouw van de kerktoren, hetzij de verbouw, is niet bekend.

 

Ruim twee maanden later wordt het tiende over het goed ‘die Ekede’ door de bisschop van Utrecht, Rudolph van Diepholt, verpacht aan de bezitter van het goed, Ludeken Zuzeler, voor een periode van 50 jaar. Waarschijnlijk was de Eekte tot die tijd onbebouwd, daar de akte meldt dat de grond ‘alduslange [in] onbruyck gelegen heeft en nu gerne orberen ende gebruik maken wolde’.

 

Wy Roedolph etc. maken kont allen luden dat ons te kennen heeft gegeven Ludeken Zuzeler dat he syn heytvelt geheyten die Ekede gelegen in den Kerspele van Helendoern jn der buerscap van Haerle dat alduslange onbruyck gelegen heeft en nu gerne orberen ende gebruik maken wolde. Soe hebben wy voer nut en orber om onss gestichts renthen vermeert te werdne den Nyebreck tienden die ons ende onsen Gestichte dair van geboeren sall denzelven Ludeken ende synen erffgenamen gebrake syns wtgedaen ende verpacht doen wt ende verpachten myt desen onse brieve voir ons ende onsen nacomelingen Bisscoppen tot Utrecht vyftich jair lang neeste comende na datum sbriefs om vier olde Tornoys groten elx jairs te betalen op sante martens dach jn den wynter off bynnen XIIII dagen dair nae onbegrepen aen handen onss Rentmeisters jn Sallant jn der tyt tot onss behoef jn oirkonde sbriefs besegelt myt onsen zegel Gegeven toe Deventer jn den jaeren onss Heren Dusent vierhondert XLII des viertynden dages in April.

 

Negentig jaar later, in 1531, blijken de gronden het onderwerp te zijn geworden voor een geschil bij de klaring op het huis te Vollenhove, alwaar de bisschop van Utrecht – als landsheer – zijn residentie had. Er was onenigheid ontstaan over de rechtmatigheid van het bezit van De Eekte en de kerspellieden van Hellendoorn waren er van overtuigd dat er veel meer land was ontgonnen, dan destijds door hen aan Ludeken Suzeler was verkocht. Door de klaring werd een onderzoekscommissie ingesteld, die waarschijnlijk weinig uitkomst heeft geboden. In 1533 speelde de zaak herniewd. Besloten werd dat het bezit van De Eekte werd toegewezen aan de weduwe van Dirick Goyman, Marijcke van Lunenborch.

 

(wordt vervolgd)

 

 

Klik voor vergroting.