<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Erve Alferink</title>
	<atom:link href="http://www.ervealferink.nl/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.ervealferink.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Sun, 08 Jan 2012 13:05:33 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1.4</generator>
		<item>
		<title>Gerrit Loenink (1767-1834) Vooruitziend landbouwer als burgemeester van Haarle</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/625</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/625#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 Jan 2012 17:30:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=625</guid>
		<description><![CDATA[Gerrit Loenink was een vooruitstrevend boer aan het eind van de achttiende eeuw. Door zijn toedoen groeide de buurtschap Haarle uit van een slaperige agrarische gemeenschap tot een vooruitstrevende samenleving. Loenink was de belangrijkste Haarlenaar uit zijn tijd, maar kan ook wel als de grootste Haarlenaar ooit worden gezien. Jeugd Op 10 oktober 1767 werd <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/625'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Gerrit Loenink was een vooruitstrevend boer aan het eind van de achttiende eeuw. Door zijn toedoen groeide de buurtschap Haarle uit van een slaperige agrarische gemeenschap tot een vooruitstrevende samenleving. Loenink was de belangrijkste Haarlenaar uit zijn tijd, maar kan ook wel als de grootste Haarlenaar ooit worden gezien.<span id="more-625"></span></p>
<p><strong>Jeugd</strong></p>
<p>Op 10 oktober 1767 werd in de katholieke schuilkerk van Haarle Gerrit Loenink gedoopt. Zijn ouders, Jennigjen Loenink en Joannes Littelink, waren in 1756 getrouwd. In zijn jonge jaren bezocht hij de plaatselijke markeschool. Op zijn vijfentwintigste trouwt hij met Johanna Elisabetha Meinders, afkomstig uit één van de weinige katholieke families uit Hellendoorn en van goede komaf. Loenink zelf kwam van de grootste boerderij uit Haarle. Het erf behoorde toe aan de proosdij van St. Lebuïnus te Deventer. Op 1 maart 1692 kocht Nellis Gerrits Loenink de pacht af, waarmee hij de eerste vrije boer binnen het dorp was.</p>
<p><strong>Kans tot zelfontplooiing</strong></p>
<p>In 1795 wordt Loenink door het markebestuur aangesteld om samen met zijn neef Albert Littelink en pastoor Winkelman een kandidaat-schoolmeester te examineren.  Van het drietal werd verwacht een advies uit te brengen of de kandidaat Gerrit Olthof bekwaam en kundig genoeg was om les te geven aan de plaatselijke jeugd. Dat juist Loenink en zijn neef werden gevraagd dit onderzoek te begeleiden, kan er op duiden dat zij binnen het dorp degenen waren die het meest onderwijs hadden gekregen.</p>
<p><strong>Bouw van de molen</strong></p>
<p>Loenink zag na de komst van de Fransen in Nederland in 1795 zijn kans schoon. De oude rechten, waaronder het recht van wind, waren vervallen. Op 19 januari 1801 diende hij een verzoek in bij de Eerste Kamer om een windkorenmolen te mogen bouwen. Enkele jaren later was de molen gereed. Over Loenink wordt gesuggereerd, dat hij door een zekere wiekenstand van de molen de boeren waarschuwde, wanneer er commiezen (belastingambtenaren) aanwezig waren die ‘in de oude tijd’ de molenaar controleerden. Na afloop kon er ‘weer gesmokkeld worden’. In het naast de molen staande molenhuis was een bakkerij gevestigd.</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-center" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/gallery/haarle/JPG (5).jpg" alt="" /><strong></strong></p>
<p><strong>Overleveringen</strong></p>
<p>In 1992 werden er door amateur-historicus J.H. Schoot Uiterkamp interviews afgenomen bij ouden van dagen, die – anderhalve eeuw later – nog honderduit over Loenink wisten te vertellen. Een van de verhalen is dat Gerrit Loenink bezig geweest is om een cichoreifabriek op te richten om cichoreiwortels te gaan verbouwen, drogen en vermalen. Het eindproduct diende als versterking voor de – toen nog – dure koffie. Een van de meest dichtbij gelegen cichoreifabrieken in Salland was die in Dalfsen, welk pas in 1858 werd opgericht. In ieder geval is dat er in Haarle nooit van gekomen. Daarnaast ging er een verhaal over bloedzuigers. Deze werden in vroeger tijden op de huid van personen met te hoge bloeddruk gezet, als goed alternatief voor het pijnlijke aderlaten. Loenink zou hier ooit een zeer grote hoeveelheid van hebben gevangen om naar Engeland te exporteren. Hij zou ze er zelf naar toe gebracht hebben, bij aankomst bleek dat de bloedzuigers de lange reis niet hadden overleefd. Loenink liep zijn opbrengsten mis en diende eerst nog in Engeland geld bij te verdienen om de dure overtocht terug te kunnen betalen. Schoot Uiterkamp besluit zijn aantekeningen met “of de huidige lezeres of lezer deze verhalen wil geloven of niet dat is hun zaak. Ik schrijf op wat mij verteld werd en als ze niet waar mochten zijn, dan zijn ze wel met fantasie uitgedacht.”</p>
<p><strong>Burgemeester van Haarle</strong></p>
<p>Een hardnekkiger verhaal is Loeninks inbreng bij onderhoud van de in 1791 gebouwde kerk. De bouwvallige staat, bijna 30 jaar na de bouw, leidde er toe dat in 1820 bij de overheid een grote subsidie werd verkregen. “Loenink, die in die dagen zoo veel als de Burgemeester van Haarle gold, had met 4 paarden de Prins moeten rijden. Loenink zou naast het rijtuig met den Prins druk gepraat hebben, over alles en ook over de ellendige toestand van het kerkhuis, zoodat hij den Prins 3000 gld. subsidie liet belooven, waarmede zij in Haarle mooi gered waren. Het optreden zou eerst niet naar den zin van den Pastoor geweest zijn, maar na het voldongen feit werd er gaarne in berust.” In ieder geval is er een Koninklijk Besluit uit 1820 waarin 3000 gulden aan de Haarlese kerkgemeente werd geschonken. Loenink maakte deel uit van een commissie die toezicht hield op een juiste besteding der middelen. Van een daadwerkelijke rondrit met de latere koning Willem II zijn geen bronnen uit die tijd bekend.</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-center" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/gallery/slideshow/JPG (1).jpg" alt="" /></p>
<p><strong>Behoud van bezit</strong></p>
<p>Naast een molen bezat Loenink een grote boerderij, die hij verplaatste naar het centrum van het dorp. Daar startte hij een winkel annex café. Loenink overleed in 1834 en had zelf slechts één dochter. Uit het huwelijk van zijn kleindochter, met een molenaarszoon uit Heeten, werd een grote schare kinderen geboren. Daaronder werd de molen en het molenhuis van de andere bezittingen afgesplitst. In 1893 vond uiteindelijk een openbare veiling plaats van de boerderij, winkel, café en 133 hectare grond. De molen brandde af door oorlogsgeweld in 1945 en werd niet herbouwd. De gronden zijn in eigendom versnipperd geraakt. Zijn winkel en café zijn Hotel de Haarlerberg geworden, maar verder is er niets tastbaars dat aan Loenink doet herinneren. Zijn nageslacht is in Haarle uitgestorven.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/625/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Cultuurhistorisch tijdschrift Reggesproake compleet vernieuwd</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/677</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/677#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 01 Jan 2012 14:01:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=677</guid>
		<description><![CDATA[Historische Kring begint vol goede moed aan jubileumjaar Op 2 januari verschijnt het eerste nummer van het vernieuwde cultuurhistorisch tijdschrift Reggesproake. In een tijd waarin historische verenigingen vergrijzen, moeite hebben om het hoofd boven water te houden en worstelen met hun imago gaat de Historische Kring Hellendoorn-Nijverdal er juist met frisse moed tegenaan. In 2012 <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/677'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Historische Kring begint vol goede moed aan jubileumjaar</strong></p>
<p><strong><img class="alignright size-full wp-image-678" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2012/01/ScreenHunter_01-Jan.-01-14.59.jpg" alt="" width="294" height="116" /></strong>Op 2 januari verschijnt het eerste nummer van het vernieuwde cultuurhistorisch tijdschrift Reggesproake. In een tijd waarin historische verenigingen vergrijzen, moeite hebben om het hoofd boven water te houden en worstelen met hun imago gaat de Historische Kring Hellendoorn-Nijverdal er juist met frisse moed tegenaan.</p>
<p>In 2012 bestaat de Historische Kring 20 jaar. Tijd dus voor vernieuwing! Een nieuw concept voor het tijdschrift Reggesproake, een nieuw logo en een betere samenwerking met andere historische organisaties in de streek moet leiden tot hernieuwde belangstelling voor de geschiedenis van de gemeente Hellendoorn.</p>
<p><a href="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2012/01/ScreenHunter_02-Jan.-01-15.00.jpg"><img class="alignright size-full wp-image-679" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2012/01/ScreenHunter_02-Jan.-01-15.00.jpg" alt="" width="384" height="544" /></a>Reggesproake is het eerste voorbeeld van vernieuwing. Nadat bleek dat de tweekoppige redactie steeds meer moeite had om het blad ook in de toekomst uit te blijven geven is er een nieuwe groep van zes enthousiaste mensen gekomen die met elkaar een heel nieuw concept hebben ontwikkeld. De belangrijkste veranderingen: van zwart-wit naar kleur, minder lange artikelen, meer foto’s, nieuwe rubrieken, andere auteurs, aandacht voor actuele historische onderwerpen en meer plek voor de kleine kernen binnen de gemeente. Daarnaast zullen andere thema’s aangeboord gaan worden: er komt ruimte voor literair werk, proza en poëzie, sport- en muziekgeschiedenis.</p>
<p>De Historische Kring Hellendoorn-Nijverdal hoopt met de doorstart van Reggesproake een nieuwe groep van geïnteresseerden aan te spreken en zo een breed draagvlak te creëren voor cultureel erfgoed binnen de gemeente Hellendoorn. Vanaf woensdag 3 januari zijn honderden exemplaren van dit eerste nummer eenmalig gratis verkrijgbaar bij alle bibliotheken in de gemeente en bij C1000 Rob Loomans in Hellendoorn. Leden van de Historische Kring krijgen het blad kort daarna thuisbezorgd.</p>
<p>Het eerste exemplaar werd 2 januari om 18.45 uitgereikt aan de directeur van ZINiN, Fons Mensink, in de bibliotheek van Nijverdal. Ruim dertig belangstellenden waren daarbij aanwezig.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/677/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bij de inwijding van Enschede’s klokkenspel</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/621</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/621#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Dec 2011 14:31:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=621</guid>
		<description><![CDATA[De stadsbrand van 7 mei 1862 leidde tot een vernietiging van de oude historische klokken, die nog in 1523 op de Klokkenkamp, de huidige Klokkenplas, gegoten waren. Kort na de brand werd de toren van twee nieuwe klokken voorzien. De komst van een compleet klokkenspel liet echter nog decennia op zich wachten. Het was het <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/621'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De stadsbrand van 7 mei 1862 leidde tot een vernietiging van de oude historische klokken, die nog in 1523 op de Klokkenkamp, de huidige Klokkenplas, gegoten waren. Kort na de brand werd de toren van twee nieuwe klokken voorzien. De komst van een compleet klokkenspel liet echter nog decennia op zich wachten. Het was het resultaat van de inspanningen van Christine Frederike van Heek-Meier (1842-1920), die de komst ervan helaas niet meer mee mocht maken.</p>
<p><a href="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/12/ScreenHunter_04-Dec.-29-15.31.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-622" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/12/ScreenHunter_04-Dec.-29-15.31.jpg" alt="" width="597" height="401" /></a></p>
<p>De twee klokken van na de stadsbrand werden vervangen door klokken van Gillet &amp; Johnsten; het 42 klokken tellende beiaard werd aangeboden door een aantal vooraanstaande families. Drie ervan, de luidklokken, bevatten randschriften van C.F. van Heek, Edwina van Heek en Bertha van Heek-Jordaan. Deze werden geschreven door J.H. van Heek en Cato Elderink. Op 29 augustus 1929 vond de overdracht plaats van de klokken aan het gemeentebestuur. Toespraken volgden van J.H. van Heek, burgemeester Bergsma, namens de voogdij J.J. van Deinse en dr. Caspari, voorzitter van de Nederlandse Klokkenspel Vereeniging.  Na de voordrachten had zich op de Markt “inmiddels een duizendkoppige menigte verzameld. De grijze toren werd belicht door schjnwerpers en leverde op dezen mooien zomeravond een waarlijk sprookjesachigen aanblik op. […] Toen sloeg in den toren de beiaardier van Mechelen, gustaaf Nees, de eerste tonen van ons Volkslied aan. […] Een geestdriftig applaus beloonde den kunstenaar voor deze opening van zijn concert.” Ook de rest van het weekend volgenden nog een reeks van concerten van Nees, waarna de beiaard nog geregeld bespeeld zou worden op de marktdagen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/621/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De iPad een alternatief voor de Reys-wyzer?</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/610</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/610#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 11 Dec 2011 12:23:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Columns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=610</guid>
		<description><![CDATA[Een roggeleren boekbandje met zilverbeslag, met daarop het stadswapen van Leeuwarden, bevat een eigenaardige inhoud. Het meet slechts 8 * 11,5 centimeter. Aan de zijkant, door de oogjes van het zilverbeslag, zit een ivoren pinnetje. In het bandje bevinden zich twee publicaties. Aan het begin een Deventer almanakje uit 1801, gedrukt door “J.H. de Lange, <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/610'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-medium wp-image-612" title="alm2" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/12/alm2-208x300.jpg" alt="" width="208" height="300" />Een roggeleren boekbandje met zilverbeslag, met daarop het stadswapen van Leeuwarden, bevat een eigenaardige inhoud. Het meet slechts 8 * 11,5 centimeter. Aan de zijkant, door de oogjes van het zilverbeslag, zit een ivoren pinnetje. In het bandje bevinden zich twee publicaties. Aan het begin een Deventer almanakje uit 1801, gedrukt door “J.H. de Lange, Stadsdrukker en Boekverkoper.” Het tweede deel bevat een eigenaardig soort papier, waarop met het ivoren pennetje aantekeningen werden geschreven. Daarvan is dan ook gebruik gemaakt. Het bevat verschillende kladaantekeningen van kinderen, waarschijnlijk uit het eind van de negentiende eeuw.</p>
<p>Het derde deel van het boekje bevat een “Reys-wyzer”. Met daarin “Wanneer de Veerschepen en Trekschuyten moeten afvaren. Ook het luyden der Poortklokken van Amsterdam, Haarlem, Enkhuysen, Gouda en Leyden.” Het is “Gedrukt voor de Reysende”, maar een plaats van uitgifte, drukker en jaartal bevat het titeltje niet. De Reys-wyzer bevat ook een deeltje “De Opregte Italiaanse Waarzegger, Op ’t Jaar ons Heeren Jesu Christi 1778” en een “Korte Kronyk. Beginnende van den Jare 1711” tot 1777.</p>
<p><img class="size-medium wp-image-611 alignright" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/12/alm1-213x300.jpg" alt="" width="213" height="300" />Daarmee werd het Roggeleren bandje iets wat de iPad tegenwoordig is: een onmisbaar naslagwerkje voor praktische zaken zoals vastendagen en dienstregelingen van beurtschippers (trekschuiten) en postkoetsen. Een soort NS HiSpeed, met in die tijd waarschijnlijk net zoveel vertraging als vandaag de dag. Daarnaast had je altijd de mogelijkheid om in de Korte Kronyk, zeg maar een vroege soort Wikipedia, snel wat op te zoeken. Hopelijk had de uitgever een goede bron voor z’n kroniek gehad, en kon je als lezer op de gegevens vertrouwen. Het aantekenblokje vervolgens was makkelijk om snel even wat weg te schrijven, maar ook weer makkelijk uit te gummen was.</p>
<p>In welk opzicht is de iPad dan zo vernieuwend? Het ding is groter, zwaarder, meer kans op storing en defecten en je kunt er niet makkelijk mee bellen. Enig voordeel is dat informatie constant geupdate kan worden, in tegenstelling tot een jaarlijkse almanak. De Deventer Almanak verschijnt al meer dan vijfhonderd jaar: het oudst bewaarde exemplaar dateert uit omstreeks 1480. Een eerste Reys-wyzer verscheen al bij de Amsterdamse erven Stichter in 1749. Was Steve Jobs, oprichter van iPad producent Apple, dan zo origineel bezig? Ik ben benieuwd wie er uiteindelijk langer bekend blijft: Jan de Lange die tot diep in de twintigste eeuw in één naam met de Deventer Almanak werd genoemd, of Steve Jobs, die nu, na zijn overlijden, geldt als een van de grootste wereldverbeteraars van de eeuw.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/610/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Historisch onderzoek binnen een markegenootschap</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/594</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/594#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 23 Oct 2011 14:22:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=594</guid>
		<description><![CDATA[Het doen van historisch onderzoek is belangrijk. Om in kleine agrarische gemeenschappen de plaatselijke bevolking daarbij te betrekken des te meer. Dit artikel gaat in op de mogelijkheden dat het (voorheen) bestaan van een plaatselijk markegenootschap biedt. Leidraad in het artikel is de marke Haarle, waarbinnen de auteur reeds sinds 1998 historisch onderzoek pleegt. Als <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/594'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het doen van historisch onderzoek is belangrijk. Om in kleine agrarische gemeenschappen de plaatselijke bevolking daarbij te betrekken des te meer. Dit artikel gaat in op de mogelijkheden dat het (voorheen) bestaan van een plaatselijk markegenootschap biedt. <span id="more-594"></span>Leidraad in het artikel is de marke Haarle, waarbinnen de auteur reeds sinds 1998 historisch onderzoek pleegt. Als eerste wordt ingegaan op marken in het algemeen. Voorts volgt een schets van de marke Haarle, waarna het artikel wordt afgesloten met het daarbinnen uitgevoerd historisch onderzoek. Bijzonder aandacht is daarbij voor het belang van de ‘oral history’.</p>
<p><strong>Marken in Overijssel</strong><br />
<em>Ontstaan</em><br />
De marke was een eeuwenoud lichaam dat voorkwam in bijna elke buurtschap.  Het was een instelling waarvan de leden, de markegenoten, gezamenlijk rechten uitoefenen op heiden, weiden, venen, bossen, etc. Belangrijkste bezit van de marke was het gebied waarover de marke zich uitstrak, de gemeenschappelijke grond. De oorsprong van de marke ligt in een ver en duister verleden en is door het ontbreken van bronnen erg onzeker. Voorheen werd de marke gezien als oudste organisatievorm, waarbinnen de eerste nederzettingen als rechtskring waren georganiseerd. Deze visie wordt vandaag de dag als verouderd beschouwd. Men ziet thans de buurtschap juist als oudste organisatievorm. De eerste vermelding van een marke in Overijssel dateert uit het begin van de 13e eeuw.</p>
<p><em>Taken</em><br />
Leden van een marke werden aangeduid als markegenoot. Zij bezaten van oorsprong één waar, stem, binnen de zogenaamde markevergadering. Binnen die bijeenkomst, werd recht gesproken volgens de willekeur. Deze rechtsregels kunnen globaal in twee groepen verdeeld worden. Als eerste bevat het bepalingen betreffende het bestuur en de organisatie van de marke. Het gaat daarbij om het kiezen van de markerichter en gezworenen, de markevergadering, de waren, de kotters en de boetes die opgelegd kunnen worden. Ten tweede bevat het bepalingen aangaande het hakken van hout, aangraven van grond, het weiden en schutten van vee en het onderhouden van wegen en waters..</p>
<p>Verdeling<br />
De gedachte tot algehele markeverdeling in Overijssel stamt uit het einde der 18e eeuw. Van overheidswege werd deze zeer bevorderd, door het instellen van allerlei belastingverlichtende maatregelen. Na 1837 wordt overgegaan tot verdeling van bijna alle gemene gronden, hetgeen rond 1860 grotendeels was voltooid. Bij wet van 10 mei 1886 werd iedere markegenoot gedwongen de verdeling van markegronden te vorderen. Enkele jaren later werden enkele marken bij vonnis van de rechtbank verdeeld. Desondanks zijn nog niet alle markegenootschappen ontbonden. Gemene gronden zijn veelal tijdens ruilverkavelingen in de tweede helft van de 20ste eeuw verdeeld, doch het komt nog regelmatig voor dat onbetekende hoeken grond of bosschage gezamenlijk eigendom zijn.</p>
<p><strong>Marke Haarle</strong><br />
<em>Ontstaan</em><br />
Haarle is een vandaag de dag een kleine agrarische gemeenschap, gelegen aan de voet van de Sallandse Heuvelrug, en telt circa tweeduizend inwoners. Het gebied waarover de buurtschap zich uitstrekt is reeds sinds lange tijd bewoond. Prehistorische vondsten en verschillende grafheuvels staven dat. De eerste schriftelijke vermelding  van de ‘vila Harlo’ stamt uit 1244. De marke daarentegen wordt pas twee eeuwen later vermeld. Op 31 januari 1442 verkopen de kerkmeesters van Hellendoorn het in de ‘marce tho Harle’ gelegen grondgebied, genaamd ‘die Eyekede’.  Koper is de Deventer dame Ludeken Suzeler, die dan reeds enkele andere boerderijen ter plaatse in haar bezit heeft.</p>
<p><em>Gewaarde erven</em><br />
Of er in die tijd reeds markevergaderingen werden gehouden, is onzeker. Het eerste markeboek  vangt aan in 1559, maar bevat verschillende vermeldingen van eerder datum. Mogelijk is de inleidende willekeur een afschrift van een verloren gegaan document. Dat is echter onzeker.  Oorspronkelijk bestond de marke Haarle uit een dertiental gewaarde erven. In de periode tot 1694, wanneer een nieuw markeboek  in gebruik wordt genomen, groeit het aantal gewaarden tot zeventien. Een viertal nieuwe boerderijen worden tot het genootschap toegelaten, waarvan twee gelegen op de voornoemde Eekte. Nadien worden een aantal waren verkocht of opgesplitst. Het totaal aantal gewaarde erven, in de loop der tijd, komt daarmee op 21. Een negentiental daarvan bestaan tot aan de dag van vandaag.</p>
<p><em>Verdeling van de marke</em><br />
De verdeling van gemeenschappelijke grond vond plaats tussen 1851-1860. Niet alle gronden werden echter verdeeld; de marke bleef bestaan. Zij bezat bijvoorbeeld het plaatselijk schoolgebouw, enkele keuterboerderijen en verschillende stukken ‘waardeloze’ grond. Tot het begin van de 20ste eeuw sluimerde de marke voort in haar bestaan en in 1905 werd sinds lange tijd weer een echte markevergadering gehouden. Hetgeen verhandeld werd ging voornamelijk over het verkopen van keuterboerderijen, de woning van de hoofdonderwijzer en welke boerderijen nou wel of niet geadmitteerd binnen de marke waren. Tot 1945 werden markevergaderingen gehouden. Het kasboek werd, zij het summier, bijgewerkt tot 1955.  Definitieve verdeling van de marke vond plaats in 1974. De ‘oude’ school werd afgebroken en vervangen door seniorenwoningen, die gezamenlijk “De Marcke” werden genoemd. De ruilverkaveling, enkele jaren daarvoor, had een einde gemaakt aan alle gemene gronden. Een meer dan 500 jaar oud instituut ging daarmee ter ziele.</p>
<p><strong>Haarler Boerderijonderzoek</strong><br />
<em>Ontstaan</em><br />
Omstreeks oktober 1998 ontstond mijn interesse in de eigen familiegeschiedenis. Na een aantal jaren onderzoek in diverse archieven en het voeren van vele gesprekken, kwam in 2005 Het Geslacht Kemper gereed. Tijdens dit onderzoek kwam ik veelvuldig in aanraking met andere families binnen Haarle. Ook de onderzoeksresultaten hiervan werden natuurlijk verwerkt. Vanaf het najaar van 2006 was de tijd rijp voor nieuw, systematisch onderzoek. De voormalige marke Haarle werd hiervoor de basis. Er werden bewonerslijsten opgesteld van de erven die tot de marke behoorden, vele duizenden personen werden vastgelegd. Door mij allereerst te richten op de boerderijen binnen de marke kon een duidelijk kader getrokken worden bij het archiefonderzoek. Door zonder afbakening aan het onderzoek te beginnen, zou er vooralsnog geen (voorlopig) eind aan het onderzoek komen. Nu is dat er wel.</p>
<p><em>Interviews</em><br />
Binnen een jaar is er meer dan 600 jaar geschiedenis verzameld. De dertien oudste boerderijen worden allemaal voor 1400 genoemd. Het overgrote deel van die geschiedenis is te vinden in de diverse archieven. De laatste honderd jaar veelal echter niet. In april 2007 is er dan ook contact gezocht met de huidige bewoners van deze erven. Zij zijn allen verzocht om een avond door mij geïnterviewd te worden. Nadruk zou daarbij komen te liggen op de mensen en boerderijen binnen de marke. Het overgrote deel van de bewoners was erg enthousiast. Dat was een groot geluk. Immers, slechts de bewoners van een boerderij, of zij er nou in de jaren ’20 van de 20ste eeuw werden geboren of het recent hebben gekocht, kennen de geschiedenis van het erf. Zij vertelden honderduit over de mensen, de verhalen en de anekdotes. Daarbij volgde het registreren van oude foto’s en het opnemen van herinneringen daarbij. Al het genealogische onderzoek was hiervoor slechts een basis, om een inzicht te krijgen in de familieverbanden tussen de bewoners van de diverse erven. Natuurlijk werden er ook veelvuldig gesprekken gevoerd met Haarlenaren die niet als markegenoot kunnen worden aangeduid. Deze gesprekken waren net zo waardevol. Ook zij konden de geschiedenis van het dorp schetsen, een beeld van de parochie en een beeld van het agrarisch bedrijf. Kortom: een uniek beeld van het leven in de 20ste eeuw. Totaal zijn er in een klein half jaar meer dan 70 gesprekken gevoerd en werd er meer dan 200 uur opgenomen.</p>
<p><strong>Oral history</strong><br />
Het bewaren en opnemen van de oral history is van groot belang voor de geschiedschrijving. Waren het niet uw ouders of grootouders, die urenlange verhalen over vroeger konden vertellen? Hoeveel verhalen kent u daar zelf nog van? Wat herinnert ú zich nog? Het overdragen van volksverhalen was het grootste deel van de geschiedenis een gewoonte van de bevolking. De opkomst van media als TV en radio zorgde voor een andere vorm van tijdsbesteding dan het vertellen over vroeger.</p>
<p>Nu nog, leven er mensen die het leven uit de jaren ’20 van de 20ste eeuw haarfijn kunnen navertellen. Een compleet andere tijd dan de huidige. Vaak zijn zij ook nog diegene die kunnen verhalen over de bezigheden van grootouders, tot diep in de 19de eeuw. Gaat ook u eens bezig met een dergelijk project! Natuurlijk; tien of twintig jaar geleden was er veel meer informatie voorhanden. Nu is die er niet meer. Verdiep u eerst in de bewoners van de boerderijen in het dorp en ga daarna, goed voorbereid, letterlijk de boer op. Ontdek zelf de geschiedenis van de vorige eeuw en ga op zoek naar de vergeten plekken waar een ieders voorouders gewoond en gewerkt hebben. Want, vergeet niet: geschiedenis wordt door de mens gemaakt. Het markegenootschap is daar het mooiste voorbeeld van.</p>
<p><strong>Heroprichting van het markegenootschap van Haarle</strong><br />
Als afsluiting van het Haarler Boerderijonderzoek vond op 10 februari in Hotel Restaurant de Haarlerberg, een van de gewaarde erven, voor het eerst sinds meer dan 60 jaar weer een echte markevergadering plaats. De circa 60 bewoners van alle gewaarde erven waren daarbij aanwezig. Door A.J. Mensema, voorheen archivaris bij het Historisch Centrum Overijssel, werd een bijzonder interessante lezing gegeven over marken in Overijssel. Voorts volgde een presentatie over de erven binnen de marke. Daarnaast is er een nieuwe willekeur opgesteld en door alle gewaarden ondertekend. Het Genootschap tot instandhouding en behoud van de Marke Haarle werd heropgericht. Nu niet als een orgaan ter bescherming van de woeste gronden, maar als genootschap dat bescherming, behoud en kennis hebben van het historisch erfgoed nastreeft.</p>
<p>[1] De marke kon ook bestaan uit meerdere dorpen,  zoals de Dammarke (bestaande uit delen van de schoutambten Hellendoorn en Den Ham).</p>
<p>[2] A.J. Mensema, Inventaris van de archieven van de marken in de provincie Overijssel, 1300-1942, Rijksarchief in Overijssel, Zwolle, 1978. De inleiding tracht slechts een algemeen beeld te schetsen.</p>
<p>[3] Het Utrechts Archief, Mr. S. Muller, Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht, C.H.E. Breijer, Utrecht, 1906. Inv. 514</p>
<p>[4] Historisch Centrum Overijssel, Jhr. Dr. D.P.M. Graswinckel en Mr. H. Hardenberg, Het archief van het kasteel Rechteren, N.V. Van de Garde &amp; Co., Zaltbommel, 1941. Inv. 1138.</p>
<p>[5] Stadsarchief &amp; Atheneaeumbibliotheek Deventer (SAB), Collectie Handschriften. Inv. 100 D 21.</p>
<p>[6] In ieder geval duiken er in Overijssel bij verschillende markegenootschappen de eerste markeboeken midden 16<sup>e</sup> eeuw op, waarbij deze soms willekeuren bevatten van midden 15<sup>e</sup> eeuw.</p>
<p>[7] SAB, Coll. Hs. Inv. 2000 B 9. Bevat tweede markeboek en andere archivalia. Slechts een drietal stukken zijn in het bezit van het Historisch Centrum Overijssel, vgl. Mensema, inv. 421-422 waarna op termijn alle markearchivalia over worden gebracht.</p>
<p>[8] SAB, Coll. HS. Inv. 2000 D 33. Notulen 1905-1945, daarin kasboek 1945-1955. Voorts bestaat er een kasboek (1846-1930) in het bezit van de Stichting Marke Haarle en een kasboek uit de periode (1931-1945) in het bezit van de auteur.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/594/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bidprentjes als levensverhalen</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/573</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/573#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 15 Oct 2011 15:06:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=573</guid>
		<description><![CDATA[Bidprentjes worden in katholieke kringen al honderden jaren gedrukt en verspreid bij het overlijden van een overledene. Ze zijn bedoeld als aandenken aan een dierbare. De functie ervan is door de eeuwen heen veranderd. In de negentiende eeuw werden bidprentjes ook wel ‘aflaatprentjes’ genoemd. De priester schreef er dan een aflaatgebed op dat moest worden <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/573'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/10/BrinkmanHermanus300Voor.jpg"><img class="alignright size-thumbnail wp-image-575" title="BrinkmanHermanus300Voor" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/10/BrinkmanHermanus300Voor-150x150.jpg" alt="" width="87" height="87" /></a>Bidprentjes worden in katholieke kringen al honderden jaren gedrukt en verspreid bij het overlijden van een overledene. Ze zijn bedoeld als aandenken aan een dierbare. De functie ervan is door de eeuwen heen veranderd.<span id="more-573"></span></p>
<p>In de negentiende eeuw werden bidprentjes ook wel ‘aflaatprentjes’ genoemd. De priester schreef er dan een aflaatgebed op dat moest worden gebeden om de overledene sneller van het vagevuur naar de hemel te laten gaan. Bovendien vermeldde hij het aantal dagen dat er &#8211; afhankelijk van de manier waarop iemand had geleefd &#8211; moest worden gebeden: honderd, tweehonderd of zelfs driehonderd. Op de aflaatprentjes stonden ook afbeeldingen, zoals aanvankelijk vooral doodshoofden en beenderen, om mensen tot vroomheid te bewegen. Later werden vooral bijbelse taferelen en heiligen afgebeeld.</p>
<p><img class="alignright size-full wp-image-575" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/10/BrinkmanHermanus300Voor.jpg" alt="" width="301" height="448" />De uitgave van bid- of devotieprentjes was eerst voorbehouden aan het meer welvarende deel van de bevolking. Vanaf het begin van de vorige eeuw werden ze binnen katholieke gemeenschappen echter gemeengoed. Deze ‘devotionalia’ hebben niet alleen een religieuze waarde, ze bieden vaak ook een aardige afspiegeling van het leven van de overledene en van de samenstelling van een gemeenschap. Dat valt onder andere op te maken uit onderzoek naar bidprentjes binnen het katholieke kerkdorp Haarle, gelegen op de Sallandse zandgronden.</p>
<p><strong>Uitgevers en drukkers</strong></p>
<p>In Haarle waren verschillende uitgevers van bidprentjes actief. De eerste was schoolmeester Bernardus Johannes Bodde, die waarschijnlijk ook verschillende schrijfwaren aan huis verkocht. Daarnaast onderhield hij contacten met een drukker elders. Een andere uitgever, in dit geval een vrouw, was Johanna Maria Theodora Laarman. Het oudst gevonden prentje waarop haar naam als uitgever prijkt, is dat van Joanna Hermina Reimert; zij overleed op 12 januari 1915 als weduwe van Willem Smeenk. Tot 1950, toen zij  bijna zeventig was, verzorgde ‘Jo’ Laarman de uitgifte van bidprentjes van overleden dorpsgenoten. De prentjes uit Haarle werden vóór 1900 voornamelijk gedrukt bij J.T. Sommer in Almelo, A.H. Koestal in Deventer, J.J. Buijs en A.J. Olthof in Raalte en J.M.W. Waanders in Zwolle.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Voorbeelden</strong></p>
<p>Het oudste voorbeeld van een bidprentje uit Haarle dateert uit 1848. Opmerkelijk genoeg behoorde de overledene, Hermanus Brinkman, juist niet tot het meest gegoede deel van de plaatselijke bevolking. Hij was een keuterboer. Het verschijnen van dit prentje hangt waarschijnlijk samen met zijn leeftijd, want hij werd slechts 34 jaar oud.</p>
<p>Het oudst bekende bidprentje uit één van de grotere boerenfamilies van het dorp is dat van Gertruid Wolterink-Mulders. Zij was geboren in Uedem, dicht bij het Duitse Kleef, en kwam aan het begin van de negentiende eeuw als ongeveer vijftienjarige, samen met haar tien jaar oudere zus Johanna, naar Haarle. Daar woonde al familie van de beide zusters. Haar oom Jacobus Winkelman was als kapelaan in 1788 in Haarle gekomen en was van 1801 tot 1831 de plaatselijke pastoor. Gertruid overleed in 1870 op 79 jarige leeftijd, na bijna zestig jaar getrouwd te zijn geweest met de Willem Wolterink. Op haar devotieprentje werd ze herinnerd als ‘eene voorbeeldige huismoeder’.</p>
<p><img class="alignright size-full wp-image-577" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/10/Geertman-LogtenbergHendrikaMariaachter.jpg" alt="" width="279" height="448" />Naast bidprentjes van de grotere boeren vallen er tot omstreeks 1910 nog enkele andere opmerkelijke voorbeelden te noemen. Zo zijn er exemplaren van het hoofd der school, Hendrikus Joannes Laarman, de al genoemde schoolmeester Bodde en verschillende pastoors. Ook zij namen allemaal een bijzondere positie in binnen de samenleving. Daarnaast is noemenswaardig, dat er rond die tijd ook een begin werd gemaakt met het drukken van devotieprentjes na het overlijden van jonge kinderen. Voorbeelden daarvan zijn de zusjes Everarda Maria en Johanna Hendrika Nahuis, overleden in 1911 en 1913 op zeven- en vijftienjarige leeftijd.</p>
<p>Het meest bijzondere devotieprentje dat schoolmeester Bodde uitgaf, dateert uit 1883. In dat jaar overleed op 26-jarige leeftijd Hendrika Maria Logtenberg (haar familie gebruikte de naam Lugtenberg), die werd geboren in Westenholte, nabij Zwolle. Ze was getrouwd met Antonius Gerhardus Geertman, molenaar in Haarle. Zij kregen zes kinderen; één in elk jaar van hun korte huwelijk. De laatste zoon kwam op 22 maart 1883 levenloos ter wereld. Acht dagen na de geboorte overleed Hendrika Maria. Op de achterzijde is een foto van haar te zien. Ze lijkt daarop omstreeks twintig jaar oud te zijn, wat doet vermoeden dat de foto kort voor haar huwelijk in Zwolle werd gemaakt. Het is tevens de oudst bekende foto van een Haarlenaar. Haar bidprentje is daardoor van grote waarde, want er is slechts één exemplaar van bewaard gebleven.</p>
<p><img class="size-full wp-image-579 alignleft" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/10/NijBijvankEverardusvoor.jpg" alt="" width="280" height="448" /><strong>Pastoor A.Th.L. Hasselbach </strong></p>
<p>De teksten van het bidprentje werden voornamelijk bepaald door de plaatselijke pastoor. Hij kende als geen ander de bij de overledene passende bijbelteksten en verwerkte deze al dan niet in een kort verhaal. Beste bewijs hiervoor valt af te leiden uit het werk van pastoor A.Th.L. Hasselbach, die op 23 augustus 1935 in functie trad. De eerste Haarlese die daarna overleed, was Johanna Agnes Geerts. Hasselbach zorgde er, vijf dagen na zijn komst, voor dat er een gedicht van Guido Gezelle op het prentje kwam; iets wat hij – enkele uitzonderingen daargelaten – volhield tot zijn overlijden op 23 oktober 1946. Dat was tevens het laatste prentje dat met teksten van Gezelle is voorzien.</p>
<p><strong>Ander karakter</strong></p>
<p>Op het prentje van Hendrikus Wilhelmus Linthorst, overleden op 30 december 1946, werden door de nieuwe pastoor W.M.A. van Rijn weer bijbelteksten aangehaald. Hij overleed in 1954. Sindsdien viel er langzamerhand een luchtiger noot te ontdekken. Evert Nije Bijvank werd in 1959 omschreven als ‘de oude grijsaard’. Het is onduidelijk wie voor die typering verantwoordelijk was. Het karakter van het bidprentje veranderde in de jaren daarna verder, het werd meer een kort ‘in memoriam’. Tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw bevatte het nog diverse gebeden. Tegenwoordig verschijnen er nog nauwelijks nieuwe versies. Nu wordt er door de nabestaanden stilgestaan bij de wijze waarop de overledene zijn leven heeft ingevuld. Kinderen, maatschappelijke activiteiten, hobby’s en dergelijke staan daarbij vaak centraal.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/573/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vroeger was alles slechter?</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/565</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/565#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 04 Sep 2011 11:47:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Columns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=565</guid>
		<description><![CDATA[Wanneer mensen praten over de geschiedenis van Oost-Nederland wordt die al snel afgedaan met een gedachte aan een armzalige boerenbevolking die met moeite genoeg middelen van bestaan kon vergaren en constant strijd moest voeren om huis en haard te beschermen. Chronologieën van landen en streken zijn vaak uitputtende lijsten van wederzijdse conflicten tussen stammen, krijgsheren, <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/565'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer mensen praten over de geschiedenis van Oost-Nederland wordt die al snel afgedaan met een gedachte aan een armzalige boerenbevolking die met moeite genoeg middelen van bestaan kon vergaren en constant strijd moest voeren om huis en haard te beschermen. Chronologieën van landen en streken zijn vaak uitputtende lijsten van wederzijdse conflicten tussen stammen, krijgsheren, bisschoppen, legers, gewesten, Staatse en Spaanse zijde, Fransen en Kozakken, Nederlanders en Duitsers. <span id="more-565"></span>Foto’s – alsof ze uit een openluchtmuseum komen – versterken die armzalige voorstelling van zaken. Beelden van plaggenhutten uit veenontginningsgebieden en kneuterige Twentse vakwerkboerderijtjes uit het begin van de twintigste eeuw bevestigen dit vooroordeel, vaak aangevuld met een boerengezin dat uit twee of drie generaties bestond. De vraag is of het beeld wat van de ‘toenmalige’ maatschappij wordt geschetst, of in ieder geval als vooroordeel bestaat, terecht is.</p>
<p>Een soortgelijk beeld heerste bij mij van ‘de gebieden in Oost-Europa’. Armzalige boerderijtjes, paard en wagen, corrupte overheid en slechts beperkte middelen van bestaan vormden mijn beeld van alles achter het ijzeren gordijn; of in ieder geval achter de Duits-Poolse grens. Afgelopen zomer trok ik, bepakt en bezakt met dit referentiebeeld, richting het zuiden van Polen. In acht dagen bezocht ik het Reuzengebergte, kleine provinciestadjes als Jelenia Gora, skioorden (!) als Karpacz, kleine plattelandsdorpjes, Oświęcim  (Auschwitz), Krakow, Wieliczka en Wroclaw (Breslau). Mijn beeld werd niet bevestigd.</p>
<p>De Poolse bevolking – althans in de streek die ik bezocht – is een vriendelijk, welwillend volk, en religieus tot op het bot. In acht dagen tijd ben ik geen paard en wagen tegengekomen en deden de gemiddelde auto’s die er rondreden nauwelijks onder voor wat ‘wij Nederlanders’ gewoon zijn. Een grote werklust vond ik er niet. Veel gebieden zijn onontgonnen, landbouw vindt kleinschalig plaats, het onderhoud van wegen en gebouwen valt als matig te classificeren. Grotere steden als Krakow en Wroclaw zijn eeuwenlang al grote cultuurhistorische centra voor de wijde omgeving; zoals dat in het Westen steden als Amsterdam, Keulen en Parijs zijn. Jelenia Gora doet Münsters aan. Wie goed ‘achter de gevel’ kijkt ontdekt een volk met een rijke geschiedenis, eeuwenoude gewoonten en gebruiken en een bijzondere religieuze levensstijl, die op diepgewortelde grondslagen teruggrijpt. Kortom: een ontwikkeld land, met verschillen, dat misschien in bepaalde opzichten nog veertig tot vijftig jaar achterligt op Nederland.</p>
<p>Terug naar het beeld dat wij hebben van de Oost-Nederlandse plattelandsmaatschappij in vervlogen tijden. Ik denk stellig dat het armzalige beeld niet klopt. Natuurlijk: er was armoede, er waren oorlogen en oogsten mislukten. Op de achtergrond speelde zich echter ook honderd-, maar net zo goed tweehonderd-, vierhonderd- en zeshonderd jaar geleden een maatschappij af die vol zat met religie, kunst, cultuur en architectuur. De dominees, pastoors, adel, burgerbevolking en de gegoede boerenbevolking heeft in Twente al eeuwenlang een zeer complexe ruim ontwikkelde samenleving opgetuigd en de minder gegoede boerenbevolking pikte daar zeker z’n graantje van mee. Het hebben van wat relativeringsvermogen en wat minder vooroordelen kan dan ook geen kwaad, vandaag de dag.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/565/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een Twentse fabrikantenfamilie op het Sallandse platteland</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/546</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/546#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 04 Sep 2011 08:54:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=546</guid>
		<description><![CDATA[&#160; Aan het einde van de negentiende eeuw begonnen Twentse fabrikantenfamilies in de ruime omtrek van de stuwwal tussen Oldenzaal en Enschede met het opkopen van honderden hectares woeste grond. Er verrezen tot ca. 1920 vele tientallen fabrikantenvilla’s, waarmee architecten als Karel Müller en Gerhard Beltman een sterke stempel drukten op het Twentse buitengebied. Eén <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/546'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p><em><img class="size-thumbnail wp-image-548 alignright" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/100_1367-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" /></em>Aan het einde van de negentiende eeuw begonnen Twentse fabrikantenfamilies in de ruime omtrek van de stuwwal tussen Oldenzaal en Enschede met het opkopen van honderden hectares woeste grond. Er verrezen tot ca. 1920 vele tientallen fabrikantenvilla’s, waarmee architecten als Karel Müller en Gerhard Beltman een sterke stempel drukten op het Twentse buitengebied. Eén van de weinige fabrikanten die in Twente geen geschikte locatie vond was de Almeloër A.A.W. van Wulfften Palthe. Hij bouwde een bijzondere huis op de Sprengenberg, twee kilometer ten zuiden van het Sallandse dorp Haarle. Een grote opknapbeurt begin dit jaar heeft er voor gezorgd dat de toren weer – als vanouds – prijkt als witte baken in het landschap.<em><span id="more-546"></span></em></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-558" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/ScreenHunter_03-Sep.-04-13.18.jpg" alt="" width="660" height="824" /></p>
<p><strong>Familie van Wulfften Palthe</strong></p>
<p><img class="alignright size-full wp-image-549" title="A.A.W. van Wulfften Palthe, ca. 1920" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/A.A.W.-van-Wulfften-Palthe-ca.-1920.bmp" alt="" width="252" height="203" />Arnold Albert Willem (Arnold) van Wulfften Palthe werd in 1851 geboren aan de Markt in Oldenzaal. Vader A.A.W. van Wulfften Palthe (1816-1900) was kantonrechter in Oldenzaal en Statenlid in de provincie Overijssel. Hij stamde uit een oud Twents patriciersgeslacht, de Palthe’s, waarvan in de achttiende eeuw de families Racer Palthe en Van Wulfften Palthe afgesplitst waren. Arnolds moeder, Johanna Henrietta Stork, was een zuster van de bekende C.T. Stork, oprichter van de Hengelose machinefabriek Gebr. Stork &amp; Co. In 1873 had Arnold samen met zijn broers Derk Willem en Jan Richard in Almelo de firma Gebr. Palthe opgericht, die zich richtte op het verven en wassen van textielproducten. Hij bewoonde een villa dicht bij het station in Almelo, waar hij als amateurastronoom een klein sterrenobservatorium op het dak van zijn huis had gebouwd.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Komst naar Haarle</strong></p>
<p>In 1898 vond in Raalte een veiling plaats van een boerderij, enkele percelen heide en een bos gelegen op de vijfendertig meter hoge Sprengenberg bij het dorp Haarle in de gemeente Hellendoorn. Koper van de grond was Van Wulfften Palthe. Hij was op zoek geweest naar droge zandgronden, waarop zijn vrouw Maria Aurelia Engberts beter kon vertoeven. De natte, leemhoudende gronden, die de familie tot dan toe in De Lutte en Oldenzaal in bezit had, waren vanwege zijn reumatische vrouw niet geschikt om langdurig te verblijven. Kort daarna werd bovenop de Sprengenberg een achtkantige koepel gebouwd, waar de familie –Van Wulfften Palthe had inmiddels zeven kinderen – in de weekeinden verbleef en jachtpartijen organiseerde. Al snel kwam er de behoefte om een groter huis te bouwen. Door een protegé van Van Wulfften Palthe, de bekende architect Karel Müller, werd hij aangespoord om iets bijzonders te doen boven op de kale heide: “Hier moet je geen gewoon huis bouwen, hier moet iets speciaals staan!”. Müller had vanaf circa 1900 al verschillende fabrikantenvilla’s in Twente ontworpen, maar het ontwerp van de Sprengenberg betekende zijn definitieve doorbraak. Nadien tekende Karel Müller voor het ontwerp het landgoed Bellinckhof in Almelo en Egheria in De Lutte (beide van Ten Cate), de Borg in Beuningen (van Van Wulfften Palthe’s broer D.W. vWP), De Wigwam in Enschede (Van Heek) en Het Welna in Lonneker (Ter Kuile). Daarnaast ontwierp hij de Wilhelminaschool in Hengelo (eveneens van Stork), het directiekantoor van Gelderman in Oldenzaal en het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. De Haarlese villa, gebouwd in 1903, bestond uit een dertig meter hoge toren en een tweetal bijgebouwen in vakwerkstijl. Bovenop de toren werd een open uitzichtplatform gerealiseerd, evenals een torenkamer waar Van Wulfften Palthe zijn nieuwe observatorium vestigde. In 1906 werd het huis nogmaals uitgebreid met een tweetal galerijen in L-vorm, een studeerkamer, biljartkamer en een autogarage. De familie verhuisde definitief van Almelo naar Haarle.</p>
<p><img class="size-full wp-image-554 alignnone" title="Huize De Sprengenberg, 1904 (voorzijde)" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/Huize-De-Sprengenberg-1904-voorzijde.jpg" alt="" width="640" height="419" /></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img class="size-full wp-image-553 alignnone" title="Huize De Sprengenberg met windmolen, ca. 1908" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/Huize-De-Sprengenberg-met-windmolen-ca.-1908.jpg" alt="" width="640" height="400" /></p>
<p><strong>Leven op De Sprengenberg</strong></p>
<p><img class="alignright size-full wp-image-555" title="Pastoor Ferdinand Ellerbeck, 1906" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/Pastoor-Ferdinand-Ellerbeck-1906.bmp" alt="" width="147" height="203" />Haarle was aan het begin van de twintigste eeuw een kleine agrarische gemeenschap. Met nog geen duizend inwoners, een kerkje, enkele cafés en wat nijverheid was het een kleine enclave op het Sallandse platteland. Als enige dorp van de gemeente Hellendoorn bleef het geheel katholiek. De bevolking keek dan ook op toen aan het begin van de twintigste eeuw een hervormde, welgestelde, Twentse familie in het dorp kwam wonen. Interessant is de goede verhouding tussen Van Wulfften Palthe en de toenmalige dorpspastoor, Ferdinand Ellerbeck. De familie kwam geregeld bij de pastoor over de vloer, zoals Palthe’s dochter Thalie in haar memoires aantekent: “Veel van Haarle en zijn omgeving heeft ons de oude Pastoor Ellerbeck verteld.” Hij vertelde hen over de oude buurtschap, de boerderijen, en zijn grootste passie. “Pastoor Ellerbeck had groote liefhebberij in het verzamelen van steenen en fossielen. Zijn familie noemde hem daarom ‘steenen Doris’”. Van Wulfften Palthe was van harte welkom bij de in 1916 gereedgekomen nieuwe kerk. “Daar Vader ook bijgedragen had voor de bouw, werden we uitgenodigd om de inwijding bij te wonen. De Bisschop van Utrecht, Monseigneur van de Wetering, droeg de mis op. Na afloop ontmoetten we hem op de receptie in de Pastorie. Onze auto bracht hem daarna naar de trein in Deventer.”</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-551" title="Familie Van Wulfften Palthe, ca. 1920" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/Familie-Van-Wulfften-Palthe-ca.-1920.bmp" alt="" /></p>
<p><strong>Vertier</strong></p>
<p>Op ’n barg, zoals de dorpsgemeenschap de Sprengenberg noemde, werd weelderig geleefd. Het najaar stond veelal in het teken van de jacht. Van Wulfften Palthe nodigde zijn jachtvrienden uit, die – volgens dochter Thalie – “dikwijls de avond tevoren, soms met hun dames, bij ons [op het huis] kwamen. Na een ontbijt met gebakken leverworst, waar Vader op gesteld was zijn gasten voor te zetten, vertrokken de jagers het veld in.” ’s Avonds werd er, in de grote zaal onder de toren, een jachtdiner gehouden. “Na de maaltijd zaten de heeren voor de haard, waar een groot vuur brandde, hetgeen een der jagers uitlokte om te zeggen: ‘Arnold, je verstookt hier wel een schoolmeesters tractementje!’ Gelukkig dat het hout en de takkebossen uit eigen bosschen kwamen.” Op het huis was al vroeg elektriciteit (met behulp van een windmolen) aanwezig, de familie bezat een auto en er werd volop muziek gespeeld. Net ten oosten van het huis werd een tennisbaan aangelegd, waar veel gespeeld werd. Het theeuurtje werd dikwijls verplaatst van het terras bij de koepel naar het tennisveld. Overigens heeft dit nog tot internationaal succes geleid. Van Wulfften Palthe’s kleindochter, Kea Bouman, won in 1927 het Franse tenniskampioenschap Roland Garos. Ze was daarmee de eerste Nederlandse winna(a)r(es) van een Grand Slam-toernooi, en zou de enige blijven tot Richard Krajicek in 1996 Wimbledon won. Ongeveer anderhalve kilometer ten zuiden van het huis werd een noodlandingsplaats voor vliegtuigen aangelegd. Neef Pieter Matthijs van Wulfften Palthe was opgeleid als vliegenier. Van Wulfften Palthe werd in 1913 in de gelegenheid gesteld om een rondje mee te vliegen. De noodlandingsplaats bij De Sprengenberg bestond uit een geëgaliseerd stuk heide. Vier hoeken werden met wit zand gemerkt en in het midden van het perceel werd een kruis aangebracht. Twee keer is er, door Piet van Wulfften Palthe, een landing gemaakt.</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-552" title="Huize De Sprengenberg met windmolen, ca. 1908 (achterzijde)" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/Huize-De-Sprengenberg-met-windmolen-ca.-1908-achterzijde.jpg" alt="" width="640" height="412" /></p>
<p><strong>Leven op het platteland</strong></p>
<p>De dorpsgemeenschap zelf profiteerde sterk van de familie Van Wulfften Palthe. De boerderij bij het landgoed leverde dagelijks melk, de bakker brood en dan was er nog Marie Oude Nijhuis: “een vriendelijk klein menschje, dat vele malen smakelijk voor ons kookte, als we met vacantie in “ ’t kleine huisje” waren.” Haar broer Hein Oude Nijhuis werd naar verloop van tijd chauffeur voor de familie, zodat hij de eerste Haarlenaar met een rijbewijs werd. Naast het huis werd al snel een woning gebouwd voor een jachtopziener die van elders werd betrokken. De woeste heidegronden, vele honderden hectares, werden vanaf begin twintigste eeuw ontgonnen. Tientallen boerenzonen uit Haarle vonden hun werk als bosarbeider op de Sprengenberg. Het hout werd gebruikt voor de mijnbouw in Limburg.</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-550" title="Bospersoneel, ca. 1930" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/Bospersoneel-ca.-1930.bmp" alt="" /></p>
<p><strong>Vijf dochters</strong></p>
<p>Arnold Albert Willem van Wulfften Palthe overleed in 1929, 78 jaar oud. Het landgoed kwam nadien onder beheer van zijn erfgenamen. De laatste vaste bewoner van het huis op de Sprengenberg, Van Wulfften Palthe’s ongehuwde dochter Mieke, overleed in 1962. De overige kinderen van Van Wulfften Palthe hadden Haarle al decennia daarvoor verlaten. De oudste dochter, Jet, trouwde met de uit Den Bosch afkomstige Wouter Bouwman. Hij trad toe tot de firma Gebr. Palthe, die later tot N.V. werd omgevormd. Datzelfde gold voor de enige zoon van Van Wulfften Palthe, Jan Jacob. Hij kwam te wonen op de buitenplaats Wendelgoor bij Almelo. Coba overleed in Düsseldorf, na getrouwd te zijn geweest met de Duitse koopman Hans Marioth. De al aangehaalde dochter Thalie, die haar memoires schreef, woonde op latere leeftijd met jaar man J.U. de Kempenaer in ’t Joppe bij Gorssel. Beide hebben zich ingezet voor de geschiedschrijving van Haarle. J.U. de Kempenaer zorgde voor het behoud van een van de Haarler markeboeken en schreef in 1946 het bekende boek ‘Haarle (O.) in de oorlogsjaren’. Het boek bevat oorlogsbeschrijvingen van vele tientallen Haarlenaren, waarmee het tot aan de dag van vandaag een bruikbaar egodocument is. Enkele jaren later schreef De Kempenaer nog een ongepubliceerd manuscript over de geschiedenis van het dorp. Hun zoon, W.J.A.E de Kempenaer (1919) is de enige die ooit in het huis de Sprengenberg geboren is. Zijn doopnaam Ericus (heide) getuigt daarvan. De meest bekende dochter uit het gezin is echter wel dochter Annetje. Zij was in 1913 getrouwd met de bijna twintig jaar oudere Enschedese textielfabrikant Jan Herman van Heek. Een jaar daarvoor had Van Heek Huis Bergh in ’s Heerenberg gekocht, waar zij daarna gezamenlijk hun leven aan gewijd hebben.</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-547" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/100_1361.jpg" alt="" width="640" height="480" /></p>
<p><strong>Exploitatie van het landgoed</strong></p>
<p>Vanaf de jaren zestig werd ten oosten van de villa een rododendronkwekerij gestart. De lanenstructuur die op het landgoed ontstaan was, evenals de directe omgeving van het bovenop de berg gebouwde badhuisje werden ingericht als siertuin, om als verkoopcatalogus in natura te kunnen dienen. Het totale goederencomplex van Van Wulfften Palthe bedroeg circa 950 hectare. Het overgrote deel van de gronden werd in 1984 verkocht aan Natuurmonumenten. Het huis de Sprengenberg kwam formeel in eigendom bij de Stichting Huis Bergh, die ook de exploitatie van het Huis Bergh verzorgd. De Sprengenberg, bestaande uit het huis en de directe omgeving, wordt bewoond en onderhouden door een familievereniging waarin de nazaten van A.A.W. van Wulfften Palthe verenigd zijn. Sindsdien is er gewerkt aan het herstel van het huis en de tuinen. Tuinen werden teruggebracht in de stijl van Leonard Springer en Pieter Wattez, zoals die rond 1910 werd aangelegd. In de eerste helft van dit jaar is de toren opnieuw geschilderd. Zoals famililid Rob van Oijen in De Stentor op 12 maart 2011 schreef: “Met de huidige opknapbeurt krijgt de toren haar oude uitstraling terug. De toren is lang niet gebruikt. Sinds drie jaar is er weer elektriciteit in de toren zodat er &#8216;s avonds licht door de ruiten straalt. Dat geeft een sprookjesachtig beeld. Omwonenden reageren hier positief op en daar zijn wij blij mee. Wij voelen ons namelijk betrokken bij de omgeving. Daarom kiezen wij er bewust voor om tijdens de opknapbeurt te werken met ondernemers uit de buurt.”</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-548" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/09/100_1367.jpg" alt="" width="640" height="480" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/546/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Actief of passief lid?</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/487</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/487#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 08 Jul 2011 07:10:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Columns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=487</guid>
		<description><![CDATA[Net als alle andere leden werd ik door de Oudheidkamer uitgenodigd om op 14 mei aanwezig te zijn bij de excursie die richting het Münsterland werd georganiseerd. Het programma was weldadig te noemen! Een bezoek aan het Stift Langenhorst, de eeuwenoude kerk van Welbergen en een rondleiding door het Huis Welbergen maak je nou ook <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/487'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Net als alle andere leden werd ik door de Oudheidkamer uitgenodigd om op 14 mei aanwezig te zijn bij de excursie die richting het Münsterland werd georganiseerd. Het programma was weldadig te noemen! Een bezoek aan het Stift Langenhorst, de eeuwenoude kerk van Welbergen en een rondleiding door het Huis Welbergen maak je nou ook niet iedere dag mee. <span id="more-487"></span><img class="alignright size-full wp-image-488" src="http://www.ervealferink.nl/wp-content/uploads/2011/07/100_1671.jpg" alt="" width="480" height="640" />Het middagprogramma bestond uit een hoogst interessante rondleiding door Burgsteinfurt. In de tussentijd werd Kaffee mit Kuchen genoten in Gaststätte Zum Kappellenhof in Welbergen en werd er in het Steinfurtse Bagno een uitermate goed verzorgde lunch geserveerd. Aan het eind van de dag werd nog lange tijd nagezeten op het terras van Café Schwann, achter het Rathaus van Steinfurt.</p>
<p>Een prachtige dag, een inhoudelijk sterk programma en goed gefaciliteerd. Zelfs het weer werkte volledig mee! Daar kon het dus allemaal niet aan liggen. Domper op de dag was echter dat de bus niet kwam opdraven. Niet omdat deze vertraagd was, maar omdat deze afgezegd had moeten worden vanwege het lage aantal deelnemers. Door het organiserend comité, Jan ter Heegde en Henk Woolderink, is lang gewerkt om het programma van de grond te krijgen. Dat het aantal deelnemers slechts een twintigtal bedroeg, op vele honderden Oudheidkamerleden valt dan bedroevend te noemen. Een lidmaatschap van de Oudheidkamer betekend voor mij niet enkel een passieve, consumerende bijdrage leveren aan de vereniging, maar interpreteer ik als een actieve rol nemen. Ik wil alle leden oproepen die zich de afgelopen twee jaren niet hebben laten zien op een lezing of excursie op allemaal in de toekomst zich aan te melden voor de eerstvolgende excursie. Zeker weten dat we dan twee bussen vol hebben!</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/487/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Op de barricaden. Er moet eenheid komen!</title>
		<link>http://www.ervealferink.nl/archives/484</link>
		<comments>http://www.ervealferink.nl/archives/484#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 08 Jul 2011 07:07:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>robertkemper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Columns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ervealferink.nl/?p=484</guid>
		<description><![CDATA[In De Twentsche Courant Tubantia stond begin december een artikel over de Saasveldse midwinterhoornblazers. Zij waren het toen ‘wel een beetje zat.’ De Stichting Midwinterhoornblazen zou z’n werk niet doen. Deze overkoepelende Twentse stichting zou als doel moeten hebben het bewaken van de traditie en de kwaliteit van het midwinterhoornblazen. Blazers zouden de traditie de <a href='http://www.ervealferink.nl/archives/484'>[...]</a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In De Twentsche Courant Tubantia stond begin december een artikel over de Saasveldse midwinterhoornblazers. Zij waren het toen ‘wel een beetje zat.’ De Stichting Midwinterhoornblazen zou z’n werk niet doen. Deze overkoepelende Twentse stichting zou als doel moeten hebben het bewaken van de traditie en de kwaliteit van het midwinterhoornblazen. <span id="more-484"></span>Blazers zouden de traditie de laatste jaren op allerlei manieren geweld aandoen! Hoorns die op allerlei gekunstelde manieren werden gemaakt, melodieën die ‘steeds meer in de sfeer van muzikaliteit’ worden gebracht en blazen buiten de adventstijd. Voor de Saasvelders was de maat vol!</p>
<p>De plaatselijke groep blazers vroeg om meer structuur van bovenaf. Stichting Midwinterhoornblazen Twente diende met een duidelijk statement te komen en te zorgen voor structuur, eenheid en kwaliteit! Hoe de discussie is afgelopen is me eigenlijk ontgaan door de drukte in december. Al snel schoot me het vergelijk binnen met de Twentse historische verenigingen. Daarbij is het volgens mij juist andersom. Vanaf de zijlijn hoor ik geluiden uit de besturen van organisaties als de Oudheidkamer Twente en de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis (VORG). Er moet eenheid komen! Historische verenigingen moeten samenwerken, krachten bundelen, profiteren van elkaars kennis en elkaar überhaupt leren kennen. Ook het Historisch Centrum Overijssel is hier druk mee bezig. Door te komen met een overkoepelend digitaal platform &#8211; met de nietszeggende titel ‘Mijn Stad Mijn Dorp’ – móeten historische verenigingen zich haast confirmeren aan de visies en ideeën vanuit ‘Zwolle’. Doel van het platform is onder andere het creëren van een – of liever gezegd: één – digitale beeldbank voor heel Overijssel waar alle plaatselijke en regionale collecties foto’s en prentbriefkaarten in geplaatst kunnen worden.</p>
<p>Interessant is het om daarbij de activiteiten van historische verenigingen zelf onder de loep te nemen. Enerzijds is men – en ik ben zelf ook bij een plaatselijke historische vereniging betrokken – druk bezig op basis van een eigen plan, anderzijds is men soms zoekende. Sommige verenigingen hebben hun zaakjes goed op orde. In Haaksbergen is een uitstekend toegankelijk archief bij de historische vereniging, er is een grote schare vrijwilligers én gebruikers van het archief. Het noemen van een vereniging waar het minder gaat is lastig, maar toch noem ik er één. De Historische Kring Hellendoorn-Nijverdal bedient een gemeente met meer dan 35.000 inwoners en telt slechts driehonderd leden. Het is moeilijk om extra vrijwilligers te vinden en de collecties zelf zijn voor het publiek niet heel gemakkelijk toegankelijk. Op de een of andere manier lukt het onze – maar ook andere – verenigingen soms niet om zich ‘andersom’ te keren. Een in zichzelf gekeerde visie op eigen activiteiten zou moeten omdraaien naar een langetermijnvisie op het betrekken en interesseren van de bevolking voor regionale geschiedenis en het krijgen van betrokkenheid voor het plaatselijk cultureel en gebouwd erfgoed. Alleen daarmee wordt op lange termijn de streekeigen- of plaatselijke identiteit van een dorp of gemeente behouden en versterkt. Dat lukt niet met langdurige, tijdrovende en weinig rendementvolle projecten als het scannen en indexeren van bijvoorbeeld tienduizenden krantenartikelen.</p>
<p><em>Gepubliceerd in: ‘t Inschrien, Vereniging Oudheidkamer Twente, maart 2011<br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ervealferink.nl/archives/484/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

