dec 152012
 

MijnStadMijnDorp is ter ziele gegaan. Wat begon als een verlicht idee, ging als een nachtkaars uit. Drie jaar lang heeft het geld rijkelijk gevloeid. Het Historisch Centrum Overijssel (HCO) was ambitieus, samen met een commerciële uitgever, betaalde hoofdredacteur en vormgever. Een Overijssels historisch tijdschrift, dát was het! Maar, de praktijk is weerbarstiger. De voorganger van MijnStadMijnDorp, Historisch Overijssel, bestond ongeveer net zo lang, maar had nog jaren mee gekund.

Al jaren wordt het door het HCO geprobeerd. Naar ik in de wandelgangen opving was het toenmalig staatssecretaris Rik van der Ploeg die in het eind van de jaren ’90 aangaf dat de Rijksarchieven in alle provincies óók een publiekstaak hadden. Waar iedereen dacht dat een Rijksarchief een archief moest zijn – en liefst ook moest blijven – dacht de overheid daar anders over. Het HCO werd voor miljoenen verbouwd, een expositieruimte werd gerealiseerd en er ontstond ruimte voor lezingen en symposia. Dit alles: goed bezocht!

Een tijdschrift ontbrak nog, net als een online community: eveneens MijnStadMijnDorp geheten, eveneens (al bijna?) ter ziele. Met dit laatste zal ik u verder niet lastigvallen. Google helpt u verder. Het tijdschrift dus, dat door toenmalig uitgever WBooks wel even in de markt zou worden gezet. Totaal mislukt. Een abonnement, voor drie tientjes per jaar, dat duizenden Overijsselaars hadden moeten nemen om het blad goed renderend te moeten krijgen. (U kon overigens voor twee tientjes donateur worden van de IJsselacademie in Kampen, kreeg dan ook het blad toegestuurd, én had korting op publicaties van de IJsselacademie. Een mooie marketingsystematiek!)

Waarom lukt zoiets nu niet? MijnStadMijnDorp was een prachtig tijdschrift, zowel qua inhoud als vorm en het was – zes keer per jaar! – gevarieerd qua thematiek, diepgang en tijdsperiode. Maar, simpel gezegd: Overijssel is verdeeld. Twentenaren blijken bar weinig geïnteresseerd te zijn in Salland en het Land van Vollenhove, en andersom net zo. Overijssel is groot. Van Kuinre – zoekt u maar eens op waar dat ligt! – naar Buurse bent u 125 kilometer onderweg en dat kost u meer dan twee uur. Iedereen die stelt dat reizen vroeger niet eenvoudig was, moet nu maar eens door Overijssel willen gaan. Het karrespoor Zwolle-Almelo ligt voor u klaar.

In ieder geval: de sociale verbondenheid op provinciaal niveau is ver te zoeken, evenals een provinciale identiteit. Noemt u zich Overijsselaar? Nee? Dat dacht ik al. U wordt door mij ook niet geadviseerd dat te doen. Blijf Twentenaar! Voelt u verbonden met het Twentse Ros, FC Twente, vlöggeln in Ootmarsum, de Kroezeboom in Fleringen, de goastok in Markelo, de Vereniging Oudheidkamer Twente, het Jaarboek Twente en ’t Inschrien.

Zowel het Jaarboek Twente als ’t Inschrien hebben al tientallen jaren enthousiaste redacties die met elkaar werken aan een prachtig streekproduct, waar het Twents gevoel vanaf druipt. Dáár zit toekomst in! Beveelt u, als lezer, ’t Inschrien ook aan bij andere Twentenaren, doet het ledenaantal van de Oudheidkamer Twente toenemen en zorgt er voor dat we als Inschrien een nog stevigere positie kunnen innemen in het Twents cultuurhistorisch landschap. Onze redactie is er klaar voor. U ook?