apr 092012
 

Wie denkt dat alleen vandaag de dag de organisatie van feesten, evenementen en herdenkingen een strak georganiseerd gebeuren is heeft het mis. De Enschedese bevolking was in rep en roer toen in het voorjaar van 1912 een grote tamtam werd georganiseerd voor de vijftigste herdenking van de Enschedese stadsbrand.

Door een comité van heren, die allemaal ook bij de Oudheidkamer waren betrokken, onder voorzitterschap van J.J. van Deinse, werd op 7 mei 1912 een dagvullende manifestatie georganiseerd. Wat om ‘8 uur v.m.’ begon met ‘Koraalmuziek van den Stadstoren door de Leo-Harmonie’ eindigde om ‘9 ½ uur n.m.’ met ‘Schitterend Vuurwerk op het Sportterrein van het Volkspark met toepasselijk slotstuk ‘De Brand van Enschede”’. Het hoogtepunt van de dag was gelegen aan het eind van de middag. Om vier uur vond de onthulling van het brandmonument op de Markt plaats. Van Deinse hield een zogenaamde Onthullingsrede en burgemeester Bergsma aanvaarde vervolgens namens de gemeente het monument. De daadwerkelijke onthulling van het monument zou echter ‘geschieden door vier jonge meisjes’.

De kosten van het monument en de manifestatie an sich werden niet door de gemeente Enschede gedragen. Het comité had zich voorgesteld ‘dit bedrag uit zuiver vrijwillige giften bijeen te brengen’ en opende daarom dan ook een vrijwillige inschrijving. Lijsten daarvoor lagen onder andere ter intekening bij de firma’s en kantoren van B.W. Blijdenstein Jr. (Twentsche Bank), B. Höpink, Amsterdamsche Bank, Joh. C. Tromp, G.J. Seinhorst en nog enkele andere locaties. De totale kosten waren geraamd op circa zesduizend gulden. Wanneer een groter bedrag bijeen verzameld zou worden, dan zou het overblijvende voor nuttige of liefdadige doeleinden worden aangewend.

Voor zover mij bekend zijn niet alle intekenlijsten bewaard gebleven. Alleen de lijst van het kantoor van B.W. Blijdenstein jr. bevindt zich in ieder geval in het archief van de Oudheidkamer. De lijst lijkt nogal een ‘toonzettend’ karakter te hebben. De eerste intekenaar, G.J. van Heek, droeg een bedrag van 500 gulden bij, bijna tien procent van het totaal benodigde kapitaal. Twee van diens zonen, Jan Bernard en Jan Herman, tekenden elk voor tweehonderd gulden. De totaal achtenzestig intekenaren op de eerste pagina zegden in totaal ruim vierduizend gulden toe; twintig van hen waren voor de helft van dit bedrag verantwoordelijk. Desondanks besluit de eerste bladzijde van de introductiebrief van het comité met ‘Nogmaals zij gezegd, dat kleine bijdragen van mindervermogenden op even grooten prijs gesteld zullen worden als grootere van meer gefortuneerden.’

De elf intekenlijsten brachten uiteindelijk het bedrag van 6598 gulden bijeen. Hiervan werd de helft aan het brandmonument zelf besteed, dat door de Münsterse kunstenaar Ludwig Nick ontworpen was. Kort na de herdenking werd het comité vanzelfsprekend opgeheven. Nadat de balans was opgemaakt kwamen alle archiefstukken, via Van Deinse, bij de Oudheidkamer Twente terecht. Het archief van het brandcomité bevat verschillende briefwisselingen, schetsontwerpen van het brandmonument, intekenlijst 1, flyers, affiches en ander gelegenheidsdrukwerk, entreekaartjes voor de verschillende herdenkingsbijeenkomsten, et cetera. Een ware goudmijn voor de liefhebbers van curiose parafernalia!