dec 292011
 

De stadsbrand van 7 mei 1862 leidde tot een vernietiging van de oude historische klokken, die nog in 1523 op de Klokkenkamp, de huidige Klokkenplas, gegoten waren. Kort na de brand werd de toren van twee nieuwe klokken voorzien. De komst van een compleet klokkenspel liet echter nog decennia op zich wachten. Het was het resultaat van de inspanningen van Christine Frederike van Heek-Meier (1842-1920), die de komst ervan helaas niet meer mee mocht maken.

De twee klokken van na de stadsbrand werden vervangen door klokken van Gillet & Johnsten; het 42 klokken tellende beiaard werd aangeboden door een aantal vooraanstaande families. Drie ervan, de luidklokken, bevatten randschriften van C.F. van Heek, Edwina van Heek en Bertha van Heek-Jordaan. Deze werden geschreven door J.H. van Heek en Cato Elderink. Op 29 augustus 1929 vond de overdracht plaats van de klokken aan het gemeentebestuur. Toespraken volgden van J.H. van Heek, burgemeester Bergsma, namens de voogdij J.J. van Deinse en dr. Caspari, voorzitter van de Nederlandse Klokkenspel Vereeniging. Na de voordrachten had zich op de Markt “inmiddels een duizendkoppige menigte verzameld. De grijze toren werd belicht door schjnwerpers en leverde op dezen mooien zomeravond een waarlijk sprookjesachigen aanblik op. […] Toen sloeg in den toren de beiaardier van Mechelen, gustaaf Nees, de eerste tonen van ons Volkslied aan. […] Een geestdriftig applaus beloonde den kunstenaar voor deze opening van zijn concert.” Ook de rest van het weekend volgenden nog een reeks van concerten van Nees, waarna de beiaard nog geregeld bespeeld zou worden op de marktdagen.