okt 232011
 

Het doen van historisch onderzoek is belangrijk. Om in kleine agrarische gemeenschappen de plaatselijke bevolking daarbij te betrekken des te meer. Dit artikel gaat in op de mogelijkheden dat het (voorheen) bestaan van een plaatselijk markegenootschap biedt. Leidraad in het artikel is de marke Haarle, waarbinnen de auteur reeds sinds 1998 historisch onderzoek pleegt. Als eerste wordt ingegaan op marken in het algemeen. Voorts volgt een schets van de marke Haarle, waarna het artikel wordt afgesloten met het daarbinnen uitgevoerd historisch onderzoek. Bijzonder aandacht is daarbij voor het belang van de ‘oral history’.

Marken in Overijssel
Ontstaan
De marke was een eeuwenoud lichaam dat voorkwam in bijna elke buurtschap. Het was een instelling waarvan de leden, de markegenoten, gezamenlijk rechten uitoefenen op heiden, weiden, venen, bossen, etc. Belangrijkste bezit van de marke was het gebied waarover de marke zich uitstrak, de gemeenschappelijke grond. De oorsprong van de marke ligt in een ver en duister verleden en is door het ontbreken van bronnen erg onzeker. Voorheen werd de marke gezien als oudste organisatievorm, waarbinnen de eerste nederzettingen als rechtskring waren georganiseerd. Deze visie wordt vandaag de dag als verouderd beschouwd. Men ziet thans de buurtschap juist als oudste organisatievorm. De eerste vermelding van een marke in Overijssel dateert uit het begin van de 13e eeuw.

Taken
Leden van een marke werden aangeduid als markegenoot. Zij bezaten van oorsprong één waar, stem, binnen de zogenaamde markevergadering. Binnen die bijeenkomst, werd recht gesproken volgens de willekeur. Deze rechtsregels kunnen globaal in twee groepen verdeeld worden. Als eerste bevat het bepalingen betreffende het bestuur en de organisatie van de marke. Het gaat daarbij om het kiezen van de markerichter en gezworenen, de markevergadering, de waren, de kotters en de boetes die opgelegd kunnen worden. Ten tweede bevat het bepalingen aangaande het hakken van hout, aangraven van grond, het weiden en schutten van vee en het onderhouden van wegen en waters..

Verdeling
De gedachte tot algehele markeverdeling in Overijssel stamt uit het einde der 18e eeuw. Van overheidswege werd deze zeer bevorderd, door het instellen van allerlei belastingverlichtende maatregelen. Na 1837 wordt overgegaan tot verdeling van bijna alle gemene gronden, hetgeen rond 1860 grotendeels was voltooid. Bij wet van 10 mei 1886 werd iedere markegenoot gedwongen de verdeling van markegronden te vorderen. Enkele jaren later werden enkele marken bij vonnis van de rechtbank verdeeld. Desondanks zijn nog niet alle markegenootschappen ontbonden. Gemene gronden zijn veelal tijdens ruilverkavelingen in de tweede helft van de 20ste eeuw verdeeld, doch het komt nog regelmatig voor dat onbetekende hoeken grond of bosschage gezamenlijk eigendom zijn.

Marke Haarle
Ontstaan
Haarle is een vandaag de dag een kleine agrarische gemeenschap, gelegen aan de voet van de Sallandse Heuvelrug, en telt circa tweeduizend inwoners. Het gebied waarover de buurtschap zich uitstrekt is reeds sinds lange tijd bewoond. Prehistorische vondsten en verschillende grafheuvels staven dat. De eerste schriftelijke vermelding van de ‘vila Harlo’ stamt uit 1244. De marke daarentegen wordt pas twee eeuwen later vermeld. Op 31 januari 1442 verkopen de kerkmeesters van Hellendoorn het in de ‘marce tho Harle’ gelegen grondgebied, genaamd ‘die Eyekede’. Koper is de Deventer dame Ludeken Suzeler, die dan reeds enkele andere boerderijen ter plaatse in haar bezit heeft.

Gewaarde erven
Of er in die tijd reeds markevergaderingen werden gehouden, is onzeker. Het eerste markeboek vangt aan in 1559, maar bevat verschillende vermeldingen van eerder datum. Mogelijk is de inleidende willekeur een afschrift van een verloren gegaan document. Dat is echter onzeker. Oorspronkelijk bestond de marke Haarle uit een dertiental gewaarde erven. In de periode tot 1694, wanneer een nieuw markeboek in gebruik wordt genomen, groeit het aantal gewaarden tot zeventien. Een viertal nieuwe boerderijen worden tot het genootschap toegelaten, waarvan twee gelegen op de voornoemde Eekte. Nadien worden een aantal waren verkocht of opgesplitst. Het totaal aantal gewaarde erven, in de loop der tijd, komt daarmee op 21. Een negentiental daarvan bestaan tot aan de dag van vandaag.

Verdeling van de marke
De verdeling van gemeenschappelijke grond vond plaats tussen 1851-1860. Niet alle gronden werden echter verdeeld; de marke bleef bestaan. Zij bezat bijvoorbeeld het plaatselijk schoolgebouw, enkele keuterboerderijen en verschillende stukken ‘waardeloze’ grond. Tot het begin van de 20ste eeuw sluimerde de marke voort in haar bestaan en in 1905 werd sinds lange tijd weer een echte markevergadering gehouden. Hetgeen verhandeld werd ging voornamelijk over het verkopen van keuterboerderijen, de woning van de hoofdonderwijzer en welke boerderijen nou wel of niet geadmitteerd binnen de marke waren. Tot 1945 werden markevergaderingen gehouden. Het kasboek werd, zij het summier, bijgewerkt tot 1955. Definitieve verdeling van de marke vond plaats in 1974. De ‘oude’ school werd afgebroken en vervangen door seniorenwoningen, die gezamenlijk “De Marcke” werden genoemd. De ruilverkaveling, enkele jaren daarvoor, had een einde gemaakt aan alle gemene gronden. Een meer dan 500 jaar oud instituut ging daarmee ter ziele.

Haarler Boerderijonderzoek
Ontstaan
Omstreeks oktober 1998 ontstond mijn interesse in de eigen familiegeschiedenis. Na een aantal jaren onderzoek in diverse archieven en het voeren van vele gesprekken, kwam in 2005 Het Geslacht Kemper gereed. Tijdens dit onderzoek kwam ik veelvuldig in aanraking met andere families binnen Haarle. Ook de onderzoeksresultaten hiervan werden natuurlijk verwerkt. Vanaf het najaar van 2006 was de tijd rijp voor nieuw, systematisch onderzoek. De voormalige marke Haarle werd hiervoor de basis. Er werden bewonerslijsten opgesteld van de erven die tot de marke behoorden, vele duizenden personen werden vastgelegd. Door mij allereerst te richten op de boerderijen binnen de marke kon een duidelijk kader getrokken worden bij het archiefonderzoek. Door zonder afbakening aan het onderzoek te beginnen, zou er vooralsnog geen (voorlopig) eind aan het onderzoek komen. Nu is dat er wel.

Interviews
Binnen een jaar is er meer dan 600 jaar geschiedenis verzameld. De dertien oudste boerderijen worden allemaal voor 1400 genoemd. Het overgrote deel van die geschiedenis is te vinden in de diverse archieven. De laatste honderd jaar veelal echter niet. In april 2007 is er dan ook contact gezocht met de huidige bewoners van deze erven. Zij zijn allen verzocht om een avond door mij geïnterviewd te worden. Nadruk zou daarbij komen te liggen op de mensen en boerderijen binnen de marke. Het overgrote deel van de bewoners was erg enthousiast. Dat was een groot geluk. Immers, slechts de bewoners van een boerderij, of zij er nou in de jaren ’20 van de 20ste eeuw werden geboren of het recent hebben gekocht, kennen de geschiedenis van het erf. Zij vertelden honderduit over de mensen, de verhalen en de anekdotes. Daarbij volgde het registreren van oude foto’s en het opnemen van herinneringen daarbij. Al het genealogische onderzoek was hiervoor slechts een basis, om een inzicht te krijgen in de familieverbanden tussen de bewoners van de diverse erven. Natuurlijk werden er ook veelvuldig gesprekken gevoerd met Haarlenaren die niet als markegenoot kunnen worden aangeduid. Deze gesprekken waren net zo waardevol. Ook zij konden de geschiedenis van het dorp schetsen, een beeld van de parochie en een beeld van het agrarisch bedrijf. Kortom: een uniek beeld van het leven in de 20ste eeuw. Totaal zijn er in een klein half jaar meer dan 70 gesprekken gevoerd en werd er meer dan 200 uur opgenomen.

Oral history
Het bewaren en opnemen van de oral history is van groot belang voor de geschiedschrijving. Waren het niet uw ouders of grootouders, die urenlange verhalen over vroeger konden vertellen? Hoeveel verhalen kent u daar zelf nog van? Wat herinnert ú zich nog? Het overdragen van volksverhalen was het grootste deel van de geschiedenis een gewoonte van de bevolking. De opkomst van media als TV en radio zorgde voor een andere vorm van tijdsbesteding dan het vertellen over vroeger.

Nu nog, leven er mensen die het leven uit de jaren ’20 van de 20ste eeuw haarfijn kunnen navertellen. Een compleet andere tijd dan de huidige. Vaak zijn zij ook nog diegene die kunnen verhalen over de bezigheden van grootouders, tot diep in de 19de eeuw. Gaat ook u eens bezig met een dergelijk project! Natuurlijk; tien of twintig jaar geleden was er veel meer informatie voorhanden. Nu is die er niet meer. Verdiep u eerst in de bewoners van de boerderijen in het dorp en ga daarna, goed voorbereid, letterlijk de boer op. Ontdek zelf de geschiedenis van de vorige eeuw en ga op zoek naar de vergeten plekken waar een ieders voorouders gewoond en gewerkt hebben. Want, vergeet niet: geschiedenis wordt door de mens gemaakt. Het markegenootschap is daar het mooiste voorbeeld van.

Heroprichting van het markegenootschap van Haarle
Als afsluiting van het Haarler Boerderijonderzoek vond op 10 februari in Hotel Restaurant de Haarlerberg, een van de gewaarde erven, voor het eerst sinds meer dan 60 jaar weer een echte markevergadering plaats. De circa 60 bewoners van alle gewaarde erven waren daarbij aanwezig. Door A.J. Mensema, voorheen archivaris bij het Historisch Centrum Overijssel, werd een bijzonder interessante lezing gegeven over marken in Overijssel. Voorts volgde een presentatie over de erven binnen de marke. Daarnaast is er een nieuwe willekeur opgesteld en door alle gewaarden ondertekend. Het Genootschap tot instandhouding en behoud van de Marke Haarle werd heropgericht. Nu niet als een orgaan ter bescherming van de woeste gronden, maar als genootschap dat bescherming, behoud en kennis hebben van het historisch erfgoed nastreeft.

[1] De marke kon ook bestaan uit meerdere dorpen, zoals de Dammarke (bestaande uit delen van de schoutambten Hellendoorn en Den Ham).

[2] A.J. Mensema, Inventaris van de archieven van de marken in de provincie Overijssel, 1300-1942, Rijksarchief in Overijssel, Zwolle, 1978. De inleiding tracht slechts een algemeen beeld te schetsen.

[3] Het Utrechts Archief, Mr. S. Muller, Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht, C.H.E. Breijer, Utrecht, 1906. Inv. 514

[4] Historisch Centrum Overijssel, Jhr. Dr. D.P.M. Graswinckel en Mr. H. Hardenberg, Het archief van het kasteel Rechteren, N.V. Van de Garde & Co., Zaltbommel, 1941. Inv. 1138.

[5] Stadsarchief & Atheneaeumbibliotheek Deventer (SAB), Collectie Handschriften. Inv. 100 D 21.

[6] In ieder geval duiken er in Overijssel bij verschillende markegenootschappen de eerste markeboeken midden 16e eeuw op, waarbij deze soms willekeuren bevatten van midden 15e eeuw.

[7] SAB, Coll. Hs. Inv. 2000 B 9. Bevat tweede markeboek en andere archivalia. Slechts een drietal stukken zijn in het bezit van het Historisch Centrum Overijssel, vgl. Mensema, inv. 421-422 waarna op termijn alle markearchivalia over worden gebracht.

[8] SAB, Coll. HS. Inv. 2000 D 33. Notulen 1905-1945, daarin kasboek 1945-1955. Voorts bestaat er een kasboek (1846-1930) in het bezit van de Stichting Marke Haarle en een kasboek uit de periode (1931-1945) in het bezit van de auteur.