jul 082011
 

In De Twentsche Courant Tubantia stond begin december een artikel over de Saasveldse midwinterhoornblazers. Zij waren het toen ‘wel een beetje zat.’ De Stichting Midwinterhoornblazen zou z’n werk niet doen. Deze overkoepelende Twentse stichting zou als doel moeten hebben het bewaken van de traditie en de kwaliteit van het midwinterhoornblazen. Blazers zouden de traditie de laatste jaren op allerlei manieren geweld aandoen! Hoorns die op allerlei gekunstelde manieren werden gemaakt, melodieën die ‘steeds meer in de sfeer van muzikaliteit’ worden gebracht en blazen buiten de adventstijd. Voor de Saasvelders was de maat vol!

De plaatselijke groep blazers vroeg om meer structuur van bovenaf. Stichting Midwinterhoornblazen Twente diende met een duidelijk statement te komen en te zorgen voor structuur, eenheid en kwaliteit! Hoe de discussie is afgelopen is me eigenlijk ontgaan door de drukte in december. Al snel schoot me het vergelijk binnen met de Twentse historische verenigingen. Daarbij is het volgens mij juist andersom. Vanaf de zijlijn hoor ik geluiden uit de besturen van organisaties als de Oudheidkamer Twente en de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis (VORG). Er moet eenheid komen! Historische verenigingen moeten samenwerken, krachten bundelen, profiteren van elkaars kennis en elkaar überhaupt leren kennen. Ook het Historisch Centrum Overijssel is hier druk mee bezig. Door te komen met een overkoepelend digitaal platform – met de nietszeggende titel ‘Mijn Stad Mijn Dorp’ – móeten historische verenigingen zich haast confirmeren aan de visies en ideeën vanuit ‘Zwolle’. Doel van het platform is onder andere het creëren van een – of liever gezegd: één – digitale beeldbank voor heel Overijssel waar alle plaatselijke en regionale collecties foto’s en prentbriefkaarten in geplaatst kunnen worden.

Interessant is het om daarbij de activiteiten van historische verenigingen zelf onder de loep te nemen. Enerzijds is men – en ik ben zelf ook bij een plaatselijke historische vereniging betrokken – druk bezig op basis van een eigen plan, anderzijds is men soms zoekende. Sommige verenigingen hebben hun zaakjes goed op orde. In Haaksbergen is een uitstekend toegankelijk archief bij de historische vereniging, er is een grote schare vrijwilligers én gebruikers van het archief. Het noemen van een vereniging waar het minder gaat is lastig, maar toch noem ik er één. De Historische Kring Hellendoorn-Nijverdal bedient een gemeente met meer dan 35.000 inwoners en telt slechts driehonderd leden. Het is moeilijk om extra vrijwilligers te vinden en de collecties zelf zijn voor het publiek niet heel gemakkelijk toegankelijk. Op de een of andere manier lukt het onze – maar ook andere – verenigingen soms niet om zich ‘andersom’ te keren. Een in zichzelf gekeerde visie op eigen activiteiten zou moeten omdraaien naar een langetermijnvisie op het betrekken en interesseren van de bevolking voor regionale geschiedenis en het krijgen van betrokkenheid voor het plaatselijk cultureel en gebouwd erfgoed. Alleen daarmee wordt op lange termijn de streekeigen- of plaatselijke identiteit van een dorp of gemeente behouden en versterkt. Dat lukt niet met langdurige, tijdrovende en weinig rendementvolle projecten als het scannen en indexeren van bijvoorbeeld tienduizenden krantenartikelen.

Gepubliceerd in: ‘t Inschrien, Vereniging Oudheidkamer Twente, maart 2011