jul 082011
 

Afgelopen zomer was ik in de gelukkige positie om een week in Londen te vertoeven. Als bewoner van het platteland heb ik eigenlijk het hele jaar vakantie. Het is goed toeven buitenaf. Maar, af en toe een week actief zijn is ook niet verkeerd. Jezelf zeven dagen lang storten in een van de grootste steden van Europa, de miljoenenstad Londen, zorgt voor een ware verrijking van jezelf.

Na rondleidingen door Windsor Castle, Buckingham Palace en The Houses of Parliament (van het beroemde Order! Order!) was het tijd voor een bezoek aan Trafalgar Square en de daar gelegen National Gallery. Om een bezoek te brengen aan de Zunnebloome, niet van Johanna van Buren, maar van Van Gogh. En werken te zien van Frans Hals, Lucas van Leyden, Jan Steen, Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer.

Maar wacht eens? Room 22 en 23, dáár moet je nu zijn als rechtgeaarde Twent. Niet in depot, maar gewoon aan de wand hangt daar Jacob van Ruisdael’s Two Watermills and an Open Sluice at Singraven, gedateerd op 1650/1652 en vind je vervolgens nog eens het werk The Watermills at Singraven near Denekamp van Meindert Hobbema, Van Ruisdaels leerling, gedateerd op 1665/1670. In de zalen 26 en 27 zijn vervolgens momenteel nog eens vier werken te zien van Gerard ter Borch, de bekendste Overijsselse schilder uit de zeventiende eeuw. Ter Borch was, voor de minder kundigen onder ons, afkomstig uit Zwolle en overleed in Deventer. Alleen Ter Borchs werk van de Vrede van Münster hangt momenteel in depot. Het was werkelijk een verrassing een zestal Overijsselse werken zo prominent in een van ’s werelds beste kunstmusea te zien hangen.

En het fraaiste? Toegang tot het museum? Gratis! Jaarlijks steekt de Britse regering zo’n £ 6.000.000 pond in het museum. Bijna £ 34.000.000 wordt verworven uit sponsoring en donaties van bezoekers. Jaarlijks zijn er een slordige 4,8 miljoen bezoekers. Het leek me wel aardig om deze enorme aantallen eens af te zetten tegenover de facts & figures van TwentseWelle. Het blijkt dat er nogal wat verschillen zijn. Op de website van de Gemeente Enschede vond ik de Onderzoeksrapportage exploitatie TwentseWelle Enschede, december 2009. Doel van het rapport: een analyse van de exploitatie van het museum in 2008. In het kort: in dat jaar bezochten circa 60.000 mensen het museum. Er was een tekort van € 900.000, met een subsidie van € 1,4 miljoen. Een gemiddelde subsidie voor vergelijkbare musea is € 2,7 miljoen. Slechts 10 % van het budget wordt voor activiteiten gebruikt; de rest gaat op aan personeel, huisvesting en andere overhead. Het rapport sluit af met het advies het subsidievolume fors bij te stellen met zo’n € 1,2 miljoen met ingang van 2011. Ook de provincie Overijssel zou volgens het rapport een extra structurele bijdrage moeten gaan leveren in de periode 2013-2016. Alleen daarmee kan voorkomen worden ‘dat het museum de komende jaren achterop raakt en niet goed kan functioneren’.

Als gemeente Enschede, regio Twente en provincie Overijssel echt een cultureel beleid willen laten zien, verdubbelen ze de subsidie en wordt TwentseWelle gratis toegankelijk.

Gepubliceerd in: ‘t Inschrien, Vereniging Oudheidkamer Twente, september 2010