jul 082011
 

Zoals in het vorige nummer van ’t Inschrien al te lezen was, dendert de spreekwoordelijke Canontrein door Overijssel. Met man en macht werken er tientallen gelegenheidscommissies aan zo’n veertig tot vijftig historische vensters om daarmee een chronologische, gestructureerde blik te werpen op de geschiedenis van een (voormalige) gemeente. In Twente zijn deze commissies nog maar pas aan de slag, de eerste Canons uit Salland (Deventer, Kampen en Nieuwleusen) zijn op het moment dat ik dit column schrijf inmiddels gepubliceerd.

Met veel plezier werk ik zelf, met vier andere enthousiastelingen, al een jaar aan een canon voor Hellendoorn. Na begonnen te zijn met het maken van groslijsten met interessante onderwerpen die iedereen direct te binnen schoten, kon het selectieproces beginnen. Ofwel: wat verdient nu een plek in de canon, en wat niet? Daarbij werden we ook nog eens belemmerd door allerlei regels of liever gezegd kaders waar we aan moesten voldoen. Eén daarvan is maximaal tien artikelen per eeuw. Voor de twintigste eeuw werd er een uitzondering gemaakt en mochten er twintig artikelen verschijnen, tien vensters voor twee blokken van vijftig jaar.

Vooral die twintigste eeuw zal dus voor iedereen erg lastig worden. Wat daarbij voor de gemeente Hellendoorn ook nog eens meespeelt is ‘het geval Nijverdal’, een nieuw gestichte textielenclave die pas sinds 1836 bestaat. Dit was een van de belangrijkste argumenten, om bepaalde gebeurtenissen uit Hellendoorn of omliggende buurtdorpen uit de twintigste eeuw niet op te nemen. In de periode voor 1800 kon immers volop aandacht besteed worden aan alle kleine dorpen, omdat Nijverdal toen niet op de kaart stond. En aangezien het gemeentebestuur soms de dorpen ook niet ziet meer ziet staan anno 2010, valt dit ook nog wel te verdedigen.

Desondanks bleven er toch lange tijd een paar hete hangijzers over. Een daarvan heeft er in geresulteerd dat ‘Bello’ geen apart venster in de canon krijgt. Bello, het koosnaampje voor de locomotief op de lokaalspoorweg Hellendoorn-Neede betekende volgens de commissie te weinig voor ontwikkeling van het dorp en daarnaast was een dergelijke spoorweg in begin twintigste eeuw weinig bijzonder. Vele Overijsselse plaatsen, tot de kleinste buurtschappen aan toe, waren indertijd per trein bereikbaar. Bello heeft in Hellendoorn slechts een symboolfunctie. Het is de blijvende herinnering aan het duizendjarig bestaan van Hellendoorn in 1979, waarbij een tractor met karren werd omgebouwd tot een toeristisch treintje. Tot aan de dag van vandaag bestaat het nog steeds en is het in de wijde omgeving bekend.

Dat Bello niet opgenomen wordt, leidde vanzelfsprekend tot discussie tussen vertegenwoordigers van historische verenigingen uit de gemeente. De unanieme conclusie na een gezamenlijke discussieavond was inderdaad dat die treinverbinding niet zo uitzonderlijk was en ook weinig aan de ontwikkeling van het dorp had bijgedragen. Deze twee toetsingscriteria heeft de canoncommissie voor elk venster toegepast en deze kunnen dan ook altijd gebruikt worden om richting de plaatselijke bevolking uit te leggen waarom bepaalde onderwerpen wel of niet belangrijk genoeg zijn om een plek in de canon te verdienen. Dat hiermee iedereen niet altijd even gelukkig zal zijn en bepaalde ‘heilige huisjes’ zullen omvallen, is dan ook onvermijdelijk.

Gepubliceerd in: ‘t Inschrien, Vereniging Oudheidkamer Twente, juni 2010