jul 082011
 

Het is altijd mooi wanneer er goede boeken over de Twentse geschiedenis verschijnen. Historici, amateur en professional, vorsen door in de archieven om reeds lang vergeten feiten boven water te krijgen. Nog steeds worden min of meer unieke stukken gevonden. Historische verenigingen werken vaak met man om macht om de oral history uit het gebied waar de vereniging zich op richt te bewaren. Gepassioneerde verzamelaars zijn tientallen jaren bezig om net die ene onbekende ansichtkaart of foto aan de verzameling toe te kunnen voegen.

Jammer kun je het noemen dat er ook nog steeds rotzooi op de markt verschijnt. In een ras tempo bijeengeschreven werken, gemiddeld feitelijk weinig vernieuwend, vele alinea’s klakkeloos overgenomen uit andere werken en al dan niet met een groot aantal inhoudelijke fouten. Een goede bronvermelding lijkt schier onmogelijk, foto’s worden overgenomen in een slechte kwaliteit of door slecht bronmateriaal te gebruiken.

Bij het tot stand komen van dit soort publicaties lijkt er een spanningsveld te zijn tussen twee groepen personen. Enerzijds de uitgever(s), met als doel een zo gelikt mogelijke uitgave tot stand brengen tegen een zo laag mogelijk tarief. Dit wordt vaak teruggezien in bijvoorbeeld een slechte binding, goedkoop papier of andere jammerlijke – uiterlijke – missers. Daarnaast wordt er vaak gekozen voor reeds lang en breed algemeen bekend fotomateriaal, terwijl er vaak albums vol met oude foto’s van bepaalde gebouwen of situaties voor ’t grijpen liggen. De onkosten voor ’t betalen van copyrights voor ‘bekende’ foto’s zijn vaak stukken lager dan uniek, onbekend, materiaal, wat vaak ook nog eens buiten de streek bewaard wordt. Anderzijds doel ik op de auteur(s), met als doel een – hopelijk – zo verantwoordelijk mogelijke uitgave op papier te krijgen. Wanneer zij echter een bepaalde opdracht heeft ontvangen van een uitgever zal het budget wederom een remmende factor zijn.

Gelukkig zijn dit soort uitgevers er maar weinig. Steeds vaker komen uitgevers tot inzicht dat topkwaliteit juist lonend is. Goede boeken verkopen altijd, of ze nu voor een gespecialiseerd publiek zijn, of voor de grote massa. De Zwolse firma Waanders heeft dat goed begrepen. Sinds jaar en dag is het een toonaangevende uitgever, drukker en boekverkoper, met streekgerelateerde publicaties als een van de specialiteiten. De ‘beroemde’ havezathen-boeken van Gevers en Mensema over Salland en Twente, diens publicatie over ’t Overijssels geslacht Van Ittersum (met daarbij ook aandacht voor de ‘Twentse’ tak), zijn alle drie goede voorbeelden van gespecialiseerde werken. Voor ’t grote publiek waren er series als Overijssel voor Ontdekkers en Het Overijsselse geschiedenis boek. Grootste publiekstrekker was in de jaren ’90 nog wel de serie Ach lieve tijd, waarvan ook voor Twente negentien kloeke delen in een fraaie verzamelband verscheen.

Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat Waanders is begonnen aan de serie Twente toen en nu. Op het moment dat ik dit column schrijf zijn de eerste drie delen verschenen en heb ik er zelf (voor wat betreft het fotomateriaal) een bijdrage aan mogen leveren. De kwaliteit valt mij bar en bar tegen. Verschrikkelijk veel fotomateriaal, slecht opgemaakt en voorzien van – tot nu toe – belabberde teksten. Voor wie valt hier nu genoegdoening uit te halen? Voor de schrijvers, voor de lezers of voor Waanders zelf? Oordeelt u zelf.

Gepubliceerd in: ‘t Inschrien, Vereniging Oudheidkamer Twente, maart 2010