jul 032011
 

Tussen 1927 en 1961 publiceerde Johanna van Buren haar gedichten, die ze liefkozend leedties noemde, (meestal) in het Dagblad van het Oosten (aanvankelijk in het Twents Zondagsblad). In 1944 gaf ze haar eerste dichtbundel uit, Zunnebloome. De bundel Verzamelde gedichten verscheen in 1981, samen met een proefschrift over haar leven en werk door de Hellendoorner Jan Bouwhuis. In deze dissertatie is weinig aandacht voor de verschillende uitgaven van haar werk.

Haar leven
Johanna van Buren werd op 20 december 1881 geboren in een eenvoudig huis aan de Dorpsstraat in Hellendoorn. Twee jaar na haar geboorte overleed haar vader, die timmerman van beroep was. Ze verhuisde met haar moeder en broer naar de Smidsstraat in Hellendoorn en werd thuisnaaister. Ze leerde veel jonge meisjes in het dorp ook dit vak. Na het overlijden van haar moeder in 1919 vond ze werk bij het plaatselijk postkantoor, waar ze telefoniste werd. Johanna van Buren bleef ongehuwd, hoewel ze wel enkele gepassioneerde liefdes heeft gekend. Deze mislukten echter. Rond 1910 schreef ze hierover gedichten in het Nederlands. Ze was bekend en geliefd zowel in Twente als in Salland en onderhield goede contacten met schrijvers als Aar van de Werfhorst, Klaas Jassies, G.B. Vloedbeld en de architect en tekenaar Jan Jans. Per fiets maakte ze uitgebreide tochten door het Twentse en Sallandse land, waarbij ze veel onder de mensen kwam. Samen met haar ‘reisvrienden’, waaronder de Almeloër G.J. Morsink, maakte ze uitstapjes per auto. Op hoge leeftijd stierf ze in 1962 in een bejaardentehuis in Ommen., na haar hele leven in Hellendoorn gewoond te hebben. “Ze stierf zoals ze geleefd had: alleen op haar kamer.”

Haar eerste publicatie
In december 1926 stuurt Johanna van Buren haar eerste gedicht in dialect op naar de redactie van het Twents Volksblad, het weekblad van de gemeente Hellendoorn. Ze wilde met dit gedicht het gemeentebestuur bedanken veur ’t goo wark, det ze an oonzen oalen toren hebt edoan. En wieder wo-k vroagen o-j nog een plaesien oaver hebt veur dit leedtien. Het gedicht An oonzen oalen toren werd een van haar bekendste gedichten. Ze noemde de Hellendoornse hervormde kerk hierin oalen, griezen toren. Vandaar dat de kerk nu de koosnaam Oal’n griezen draagt. Het gedicht werd op 5 december geplaatst. Vanaf 1927 begint ze periodiek te publiceren, waardoor ze wekelijks ruim 27.000 abonnees en 100.000 lezers dan wel toehoorders bereikte.

Haar taalgebruik
De taal van Johanna lag tussen het Sallands en Twents in. Een taal zonder schriftelijke traditie, waarvoor ze dan zelf ook een uiterst consequente spelling ontwierp, die uitermate goed leesbaar was voor haar publiek. Het ‘Helders’ heeft een Sallandse invalshoek, maar kent ook verschillende Twentse woorden en gezegden. Daarnaast redigeerde ze haar eigen werk, wanneer dit op een later moment voor publicatie zou worden gebruikt.

Haar proza
Naast haar dagelijkse werkzaamheden als telefoniste en dichteres verdiepte ze zich in het verleden van Hellendoorn. Haar grootmoeder, Harbers Miete, vertelde Johanna in haar jeugd erg veel over de bewoners van het dorp. Over de situatie van dat moment, maar ook over jeugd. Elk gebouw en elke familie intrigeerde haar. Ook met vele andere dorpsgenoten praatte ze over ‘de leu van vrogger’. Een deel hiervan stelde ze op schrift. Veel gegevens werden gebruikt door de latere amateur-historicus A. Ponsteen.

Zunnebloome
In het najaar van 1944, zo’n achttien jaar na haar krantendebuut, gaf Drukkerij en Uitgeverij W. Hilarius Wzn’s N.V. uit Almelo de bundel Zunnebloome uit. Het werk bevat een inleiding van H. Greven, de toenmalige hoofdredacteur van het Dagblad van het Oosten. Jan Jans maakte veertien tekeningen voor de bundel en ontwierp de voorplat en het stofomslag. De opgenomen vijftig gedichten werden ondergebracht in drie groepen, Huus en volk en vee, Bleujen en verwelken, en Twentsch besluut. Hoe groot de oplage van de bundel was, is niet bekend, maar ze moet vele duizenden exemplaren zijn geweest. Hilarius liet de uitgave in een drietal edities verschijnen. Ten eerste was er een volkseditie, gedrukt op een zeer slechte kwaliteit papier. Deze softcover exemplaren worden nog geregeld antiquarisch aangeboden, maar verkeren vaak in een (zeer) slechte staat. Daarnaast verscheen er een oplage van tweehonderd stuks op ‘houtvrij registerpapier, welke de dichteres van hare handteekening heeft voorzien’. Deze editie werd later nog met veertig stuks verhoogd. Deze exemplaren zijn te herkennen aan een ingeplakte mededeling van die strekking. Deze exemplaren werden gebonden in een halflinnen band, met voorop in twee kleuren gedrukt een tekening van ’n Oalen griezen en drie zonnebloemen, getekend door Jan Jans. De stofomslag bevatte eveneens deze afbeelding. Exemplaren hiervan worden zeer sporadisch aangeboden. Het is onbekend of deze tweehonderd veertig stuks in de handel zijn geweest. Het zeldzaamst zijn de eerste tien van de tweehonderd genummerde, gesigneerde exemplaren, die in leer zijn gebonden. Op het omslag staan enkel de drie zonnebloemen en de titel. Twee van de tien exemplaren zijn mij momenteel bekend: het exemplaar van Jan Jans als illustrator en het exemplaar dat uitgever J. Hilarius zelf heeft behouden. Met een oplage van tien stuks is dit waarschijnlijk het meest zeldzame literaire werk uit Twente.

Krönnenzommer
Vier jaar na Zunnebloome verscheen, eveneens bij Hilarius, de bundel Krönnenzommer. Hierin werden eveneens vijftig gedichten opgenomen. Een inleiding of onderverdeling ontbreken echter. Ook zijn er geen illustraties. De bundel verscheen als softcover volkseditie, gedrukt op redelijk goed papier en van stofomslag voorzien, maar ook hardcover gebonden en van stofomslag voorzien. Tweehonderd vijftig stuks hiervan werden er genummerd en gesigneerd, op een speciaal eraan toegevoegde bladzijde. Deze exemplaren waren tegen meerprijs in de boekhandel verkrijgbaar. In leer gebonden exemplaren zijn niet bekend.

Keur uut heur gedichten
In 1961 verscheen bij Drukkerij en Uitgeversbedrijf J.D. v.d. Veen N.V. in Winschoten de laatste bundel tijdens Johanna’s leven. Het eerste deel van de Sasland Riege werd Keur uut heur gedichten genoemd. De bekende dialectoloog en latere hoogleraar Nedersaksisch Hendrik Entjes was de samensteller en voorzag de bundel van een in dialect geschreven inleiding. De tweede en derde druk verschenen het jaar daaropvolgend.

Latere bundels
Na haar overlijden nemen het aantal publicaties in ras tempo toe. Als onderdeel van uitgeverij W.G. Witkam’s Kleine Twente Reeks verscheen in 1969 het bundeltje Noawille. Als onderdeel van de Twente Reeks verscheen als deel 14 in 1974 de tweede druk van Zunnebloome (die in 1979 herdrukt werd) en als deel 19 in 1976 de bundel Wee’j nog. Als deel 32 van de gewone Twente Reeks van Witkam verscheen in 1980 nog De dinge van vroger.
Haar gedichten werden in 1981, op haar honderdste geboortedag, gebundeld in de honderden pagina’s tellende Verzamelde gedichten, dat tegelijk verscheen met de handelseditie van het proefschrift van dr. J. Bouwhuis, Dichterschap en Dialect. Beide uitgaven verschenen bij Van der Loeff in Enschede. Van de Verzamelde gedichten verscheen een aantal luxe exemplaren, met daarin toegevoegd ‘Heldern van vrogger’, een reeks artikelen die Johanna van Buren in 1954 in het Dagblad van het Oosten publiceerde.

Stichting Johanna van Buren
Dit proza werd eveneens in 1982 als overdruk uitgegeven door de net daarvoor opgerichte Stichting Johanna van Buren. Op 20 december 1989 werd in Hellendoorn, als onderdeel van Dorpsmuseum de Valkhof, het Johanna van Burenmuseum geopend, waarin het leven en werk van Johanna tot op heden uitgebreid in belicht wordt. Ter gelegenheid van die opening verscheen een cassetteband getiteld Johanna van Buren, Dichteresse in oonze modersproake, waarop 24 gedichten worden voorgelezen, waarvan het bekendste An oonzen oalen toren door haarzelf. In 2004 werden deze opnames als cd heruitgegeven. Door de Johanna van Burenstichting werd in datzelfde jaar de bundel De beste bleumpies uitgegeven, zowel in hardcover en softcover editie, in samenwerking met Boekhandel Broekhuis uit Hengelo.

De Stichting Johanna van Buren hield voorts het gedachtegoed van Johanna van Buren in ere met onder andere het blad Klaprozen en de Johanna van Buren Cultuurprijs die sinds 1981 driejaarlijks werd uitgereikt aan iemand die zich inzet voor de streekcultuur in Oost-Nederland. Bekende winnaars daarvan zijn onder andere Marga Kool, Willem Wilmink en Bennie Jolink. Vanaf 1 januari 2010 is de stichting gefuseerd met de Stichting Oald Heldern-de Noaberschop.